NTFR 2021/3761 - Fiscale inactiviteit

NTFR 2021/3761

NTFR 2021/3761 - Fiscale inactiviteit

prof. mr. G.T.K. MeussenProf.mr. G.T.K. Meussen is hoogleraar belastingrecht Radboud Universiteit Nijmegen en als wetenschappelijk adviseur verbonden aan BDO Belastingadviseurs te Tilburg.

Er zijn inmiddels al bijna acht maanden verstreken sinds de Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart 2021, en er is nog steeds geen nieuw kabinet c.q. kabinet-Rutte IV. Het huidige kabinet-Rutte III is op 15 januari 2021 afgetreden en heeft sindsdien een demissionaire status. Gevolg is dat belangrijke fiscale hervormingen steeds opnieuw op de lange baan worden geschoven. Er zijn legio fiscale problemen die om een oplossing vragen. Ik memoreer er enkele:

  • In een eerdere Opinie drong ik aan op overheveling van de eigen woning naar box 3, wat een grote belastingvereenvoudiging zou opleveren. De hypotheekrente is op dit moment zo laag, en blijft dat ook voor een langere periode, dat dit nu het geschikte moment is voor een dergelijke majeure ingreep in de inkomstenbelasting.

  • De problematiek van de fiscale duiding van arbeidsrelaties en het bestrijden van schijnzelfstandigheid wordt al vele jaren door de wetgever niet aangepakt. De civiele rechter heeft in procedures tegen platformorganisaties als Uber, Helpling en Deliveroo daarop maar vast een voorschot genomen door kenmerken van ‘modern werkgeversgezag’ te omschrijven.

  • Ook op het terrein van de vermogensrendementsheffing blijft het merkwaardig stil, terwijl een wettelijke ingreep toch relatief eenvoudig is. De grootste pijn zit toch immers bij de particulieren met omvangrijke spaartegoeden. A-G Niessen heeft hierop ook maar vast een voorschot genomen1 door voor de toepassing van de twee forfaitaire rendementspercentages de zogenoemde wettelijke vermogensmix terzijde te stellen en aan te sluiten bij het op de peildatum werkelijk aanwezige vermogen.

  • Er wordt al lang gepraat en gestudeerd op een herziening van het fiscale-eenheidsregime voor de vennootschapsbelasting, maar concrete stappen zijn nog steeds niet gezet.

  • De ongelijke belastingheffing tussen box 2 en box 3 zou deels kunnen worden opgeheven door voor beleggingsvermogen in bv-verband, in aanmerkelijkbelangsituaties, eveneens een forfaitair rendement te hanteren op dezelfde voet als in box 3.

  • Over een versobering van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten wordt al langer nagedacht, zonder concreet resultaat.

  • De problematiek van de verhuurvastgoedonderneming zou adequaat kunnen worden opgelost door in de wet de fictie op te nemen dat aan derden verhuurd vastgoed geacht wordt geen onderneming te zijn.

  • De door zo velen begeerde afschaffing van de verhuurderheffing, waardoor woningcorporaties beter aan hun maatschappelijke doelstelling, te weten het laten bouwen en verhuren van socialehuurwoningen, toekomen.

  • Om nog maar te zwijgen over een algehele herziening van de Wet IB 2001, die na bijna 22 jaar dringend aan een vereenvoudigingsoperatie en structuurverbetering toe is.

  • En uiteraard, maar dat is in wezen niet fiscaal, een integrale herziening van het toeslagenstelsel, waarbij de toeslagen niet langer aan de afnemers van de diensten maar aan de dienstverleners worden uitbetaald, met gelijktijdige verlaging van de prijzen van de verleende diensten.

En deze lijst kan nog makkelijk met een groot aantal items worden aangevuld, gezien ook de 169 concrete beleidsopties die zijn geformuleerd in het bekende Bouwstenenrapport. Maar nu we geen echt nieuw kabinet krijgen maar een gerecycled kabinet-Rutte III in de vorm van Rutte IV, is het de vraag of dat veel vernieuwingen op fiscaal terrein teweeg zal brengen. Daarnaast neemt bij mij, en ik denk bij velen, de onmin toe waarom de kabinetsformatie zo lang moet duren.

Wil men nu een regeerakkoord schrijven van honderden pagina’s waarbij de politieke speelruimte de komende vier jaren tot een minimum is beperkt? En hoe valt dat te rijmen met de zo gewenste nieuwe politieke bestuurscultuur waarbij de politieke macht weer meer bij de Tweede Kamer ligt?

De huidige politieke impasse leidt tot fiscale stagnatie, met als gevolg dat grote fiscaal-maatschappelijke problemen niet worden aangepakt. Dat leidt tot economische schade en veel onzekerheid in de maatschappij. Natuurlijk zijn er andere grote maatschappelijke thema’s die de aandacht van de politiek vragen, zoals de energietransitie, het milieu, de woningbouw, enzovoort. Maar de fiscaliteit is een belangrijke bouwsteen van de maatschappij, die niet ten onder mag gaan als gevolg van politieke inactiviteit.

Politieke moed en politieke spoed is gevraagd, ook op fiscaal terrein.