Standpunt genietingsmoment bonusplan

Standpunt genietingsmoment bonusplan

Gegevens

Nummer
2025/1241
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Auteur
Redactie
Relevante informatie

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de vraag wanneer het genietingsmoment is in het geval van uitruil van brutoloon voor deelname aan een bonusplan.

Een werkgever heeft een regeling waarbij werknemers af kunnen zien van bepaalde bronnen (in casu de uitruil van regulier salaris) in ruil voor bepaalde doelen (hierna: de uitruilregeling). Een van de doelen is deelname aan het bonusplan. De keuze om deel te nemen aan het bonusplan kan één keer per kalenderjaar uiterlijk aan het begin van de maand januari worden gemaakt. Op dit keuzemoment zijn de bronnen die de werknemer uitruilt nog niet genoten in de zin van artikel 13a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. Kiest de werknemer niet voor de uitruilregeling dan geniet hij de bronnen gedurende het kalenderjaar.

Kenmerken van het bonusplan:

  • Het plan voorziet in een beloning die afhankelijk is van:

    • het maandloon;

    • de bonusopportunity (een percentage dat afhankelijk is van de functieschaal);

    • de mate van realisatie van collectieve en individuele targets in een kalenderjaar uitgedrukt in een bonuspercentage.

  • De bonus wordt na afloop van het kalenderjaar vastgesteld door het loon te vermenigvuldigen met de bonusopportunity en met de uitkomst van het bonuspercentage. De uitkering wordt uitbetaald in april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarin de targets zijn gerealiseerd.

  • De minimale inleg (het loon waarvan wordt afgezien) bedraagt 5%.

  • Als de werknemer gedurende het kalenderjaar uit dienst gaat, dan wordt het brutoloon waarvan is afgezien om deel te nemen aan het bonusplan, alsnog als bedrag ineens (onder inhouding van loonheffing) uitbetaald. Overlijden van de werknemer wordt behandeld als uitdiensttreding.

Vraag

Voor welk bedrag geniet de werknemer loon bij deelname aan het bonusplan en op welk moment?

Antwoord

De werknemer geniet op grond van artikel 13a, tweede lid, Wet LB 1964 loon op het moment van uitruil van het loon voor deelname aan het bonusplan. De omvang van het loon is het totaalbedrag waarvan de werknemer afziet in ruil voor deelname aan het bonusplan.

De uitkering die de werknemer uiteindelijk ontvangt, vormt op dat moment ook loon. Een redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat bij de berekening van de verschuldigde loonheffingen over de uitkering het bedrag dat eerder is aangemerkt als loon hierop in mindering kan worden gebracht. Het bedrag aan belast loon kan echter niet negatief worden, omdat geen sprake is van negatief loon in de zin van artikel 10 Wet LB 1964.