Hof matigt immateriëleschadevergoeding overschrijding redelijke termijn ten onrechte van € 500 tot € 50
Hof matigt immateriëleschadevergoeding overschrijding redelijke termijn ten onrechte van € 500 tot € 50
Gegevens
- Nummer
- 2025/1242
- Publicatiedatum
- 8 augustus 2025
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
In deze WOZ-zaak heeft hof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2024:3238) de door de rechtbank toegekende vergoeding van € 500 voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsfase (hierna: VIS) gematigd tot € 50. Hieraan heeft het hof ten grondslag gelegd dat het hier gaat om (i) een eenvoudige zaak, (ii) met een relatief gering en puur financieel belang, (iii) een WOZ-beschikking met een korte geldingsduur, en (iv) een procedure met no-cure-no-payrechtsbijstand. Een VIS van € 500 per half jaar overschrijding volgens het hof leidt tot een evident ongerechtvaardigde overcompensatie. In cassatie houdt deze hofuitspraak echter geen stand. De VIS moet volgens de Hoge Raad worden beslist aan de hand van objectieve maatstaven. Uitzonderingen daarop moeten worden beperkt tot bijzondere gevallen. Tot de objectieve maatstaven behoort de regel dat het tarief € 500 per half jaar-overschrijding bedraagt. De mate waarin de betrokkene daadwerkelijk spanning en frustratie heeft ondervonden is in beginsel niet van belang. Uitzondering hierop is als sprake is van een zeer gering financieel belang. Hier geldt echter nog de oude bagatelgrens van € 15 en die grens wordt in deze zaak overschreden. Ook de overige argumenten van het hof rechtvaardigen niet de conclusie dat hier sprake is van een bijzonder geval die afwijking van het bedrag van € 500 rechtvaardigt. Het cassatieberoep van belanghebbende treft daarom doel. De gemeente zal worden veroordeeld in de proceskosten voor de cassatiefase. Gelet op HR 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46, houdt de Hoge Raad de zaak aan om belanghebbende de gelegenheid te bieden om te bewijzen dat hij ‘een bijzonder geval’ is en daarmee buiten het bereik van de Wet herwaardering PKV in WOZ – en bpm-zaken valt.
(Volgt aanhouding.)