Standpunt specifieke zorgkosten (vervoerskosten)
Standpunt specifieke zorgkosten (vervoerskosten)
Gegevens
- Nummer
- 2025/1310
- Publicatiedatum
- 26 augustus 2025
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Inkomstenbelasting diversen
- Relevante informatie
De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord hoe de vervoerskosten in het kader van de uitgaven voor specifieke zorgkosten worden berekend voor huishoudens met meerdere personen die minder dan 100 meter zelfstandig kunnen lopen.
Een ouder en een meerderjarig kind (dat jonger is dan 27 jaar) hebben beiden een lichamelijke beperking waardoor zij minder dan 100 meter zelfstandig kunnen lopen. Zij voeren een gezamenlijke huishouding en de ouder betaalt de vervoerskosten voor zichzelf en het kind.
Vragen
Kan het kind het forfaitaire bedrag voor vervoer als bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel c, van de Wet IB 2001, in aanmerking nemen als uitgaven voor specifieke zorgkosten?
Kan de ouder het forfaitaire bedrag voor vervoer als bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel c, Wet IB 2001, voor het kind in aanmerking nemen als uitgaven voor specifieke zorgkosten?
Hoe luidt het antwoord op vragen 1 en 2 wanneer zowel het kind als de ouder uitgaven voor vervoer ten behoeve van het kind hebben gemaakt?
Antwoorden
Nee, het kind kan het forfaitaire bedrag voor vervoer niet in aanmerking nemen als uitgaven voor specifieke zorgkosten, omdat de kosten voor vervoer niet op het kind drukken.
Ja, de ouder kan het forfaitaire bedrag voor vervoer voor het kind in aanmerking nemen als uitgaven voor specifieke zorgkosten, omdat de kosten voor vervoer op de ouder drukken en het kind behoort tot de kring van personen waarvan uitgaven voor specifieke zorgkosten in aanmerking worden genomen. Een redelijke wetsuitleg van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel c, Wet IB 2001 brengt met zich dat dit onderdeel niet de kring van personen als bedoeld in artikel 6.16 Wet IB 2001 beperkt.
Wanneer zowel het kind als de ouder uitgaven voor vervoer ten behoeve van het kind hebben gemaakt, hebben ze allebei recht op aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten wegens vervoer voor het kind. Het forfaitaire bedrag dient te worden verdeeld tussen het kind en de ouder. Bij de bepaling van de toedeling van het forfaitaire bedrag kan rekening worden gehouden met de verdeling van de uitgaven van vervoer voor het kind.