Voor proceskostenvergoeding lage wegingsfactor wegens geringe bewerkelijkheid en complexiteit (art. 81.1 Wet RO)

Voor proceskostenvergoeding lage wegingsfactor wegens geringe bewerkelijkheid en complexiteit (art. 81.1 Wet RO)

Gegevens

Nummer
2025/1956
Publicatiedatum
12 december 2025
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1881
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Hangende het beroep is de naheffingsaanslag vernietigd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de heffingsambtenaar tot een proceskostenvergoeding van € 296. In hoger beroep is alleen nog de proceskostenvergoeding in beroep in geschil. Hof Amsterdam (8 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1460, NTFR 2024/1365) heeft geoordeeld dat belanghebbende recht heeft op een vergoeding van proceskosten voor de beroepsfase. Doordat belanghebbende en zijn gemachtigde niet aanwezig waren bij de zitting van de rechtbank, wordt alleen een vergoeding toegekend voor de indiening van het beroepschrift. De heffingsambtenaar zal worden veroordeeld in de kosten van belanghebbende voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand bij de behandeling van het beroep en het hoger beroep. Die kosten worden vastgesteld op afgerond € 657. Daarbij is voor het beroep uitgegaan van 1 punt, een waarde per punt van € 875 en wegingsfactor 0,5 (licht). Voor het hoger beroep is uitgegaan van 1 punt, een waarde per punt van € 875 en wegingsfactor 0,25 (zeer licht). Voor de gehanteerde wegingsfactoren is redengevend dat het hof de bewerkelijkheid en complexiteit van het beroep en het hoger beroep als gering respectievelijk zeer gering waardeert. De werkbelasting voor de gemachtigde kon daarom (zeer) beperkt zijn.

De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieverzoek gegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81.1 Wet RO.