Informatiebeschikking buitenlandse geldverstrekker is geen fishing expedition

Informatiebeschikking buitenlandse geldverstrekker is geen fishing expedition

Gegevens

Nummer
2025/2073
Publicatiedatum
24 december 2025
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:3446
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Belanghebbende is een vennootschap opgericht naar het recht van Hongkong en maakt deel uit van een internationaal concern. Zij verstrekt sinds 2007 leningen aan Nederlandse (rechts)personen en is betrokken bij financieringen van onroerend goed in Nederland. De aandelen in belanghebbende worden sinds 2013 gehouden door X, die samen met Y ook bestuurder is. In 2017 is een informatiebeschikking afgegeven omdat belanghebbende volgens de inspecteur onvoldoende gegevens verstrekt over haar activiteiten, de jaarrekeningen en de feitelijke leiding. De inspecteur baseert zich mede op informatie uit een strafrechtelijk onderzoek naar witwassen en fiscale fraude, waarbij administratie in Nederland is aangetroffen. De rechtbank heeft de informatiebeschikking deels vernietigd en belanghebbende in de gelegenheid gesteld alsnog ontbrekende informatie te verstrekken. In geschil is of de informatiebeschikking in stand kan blijven en of sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs. Het hof oordeelt dat geen sprake is van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs dat onder alle omstandigheden moet worden uitgesloten. Ook het indirecte gebruik van informatie uit buitenlandse rechtshulpverzoeken acht het hof toegestaan, omdat de inspecteur niet zelf over de originele stukken beschikt en slechts gebruikmaakt van informatie uit het strafdossier en het vonnis van de strafrechter. Het beroep op het nemo-tenetur-beginsel en détournement de pouvoir slaagt niet, omdat de informatieverplichting uit art. 47 AWR ook geldt voor het toetsen van de belastingplicht in Nederland. Het hof verwerpt het standpunt dat sprake is van een fishing expedition. De inspecteur vraagt op basis van concrete feiten en omstandigheden informatie die van belang kan zijn voor de Nederlandse belastingheffing. De sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast acht het hof proportioneel, ook nu het nog slechts om enkele onderdelen van het oorspronkelijke verzoek gaat. Het hof vernietigt de informatiebeschikking voor zover deze ziet op onderdelen die inmiddels zijn beantwoord, maar laat deze in stand voor de jaarrekening 2012 en nadere inlichtingen over de werkwijze bij het aangaan van financieringsrelaties met Nederlandse klanten.

(Hoger beroep gegrond.)