Geen interne reorganisatievrijstelling bij overdracht tussen bv’s met certificering aandelen via dezelfde stichting
Geen interne reorganisatievrijstelling bij overdracht tussen bv’s met certificering aandelen via dezelfde stichting
Gegevens
- Nummer
- 2025/2074
- Publicatiedatum
- 24 december 2025
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Belastingen van rechtsverkeer
- Relevante informatie
Belanghebbende is een bv die alle aandelen in D bv en E bv heeft verkregen. Deze bv’s houden indirect, via B cv, onroerende zaken. Aandeelhouder van D bv en E bv is C bv. Voorafgaand aan de verkrijging heeft de enig aandeelhouder van C bv zijn aandelen gecertificeerd via een stichting administratiekantoor. Daarbij ontving hij certificaten H, die het volledige economische belang bij de aandelen vertegenwoordigen. De drie kinderen van de dga hadden al elk 1/3 van de certificaten A in dezelfde stichting. Die certificaten vertegenwoordigen de aandelen in belanghebbende. De stichting is dus juridisch eigenaar van zowel de aandelen in belanghebbende als de aandelen in C bv. Na de certificering verkoopt C bv de aandelen in D bv en E bv aan belanghebbende, die daardoor een indirect belang van 80% in B cv verkrijgt. Belanghebbende voldoet overdrachtsbelasting en maakt bezwaar, stellend dat de interne reorganisatievrijstelling van art. 15 lid 1 letter h WBR jo. art. 5b Uitvoeringsbesluit van toepassing is.
In geschil is of de verkrijging van de aandelen in D bv en E bv door belanghebbende onder de interne reorganisatievrijstelling valt.
De rechtbank overweegt dat voor toepassing van de vrijstelling sprake moet zijn van een concern als bedoeld in art. 5b Uitv besl RV, waarbij de topvennootschap het gehele of nagenoeg gehele belang in zowel de vervreemder als de verkrijger moet hebben. Uit het arrest HR 17 september 2010 () volgt dat het bezit van certificaten van aandelen gelijk kan worden gesteld aan aandeelhouderschap indien het economische belang bij de certificaathouder berust. In deze zaak blijft het volledige economische belang bij C bv bij de dga via certificaten H, terwijl de stichting slechts de juridische eigendom houdt. C bv maakt dan ook geen onderdeel uit van een concern waarvan de stichting de topvennootschap is. De uitleg van belanghebbende dat ook de houder van uitsluitend het juridisch belang als topvennootschap kan gelden, verwerpt de rechtbank, omdat dit zou leiden tot concernstructuren die niet stroken met het doel van de vrijstelling.
(Beroep ongegrond.)