Extra uren advocaat niet vergoed en geen immateriële schadevergoeding door gering financieel belang
Extra uren advocaat niet vergoed en geen immateriële schadevergoeding door gering financieel belang
Gegevens
- Nummer
- 2025/2075
- Publicatiedatum
- 24 december 2025
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
Belanghebbende heeft een bezwaar ingediend tegen een navorderingsaanslag IB/PVV 2017. De inspecteur heeft het bezwaar gegrond verklaard en de navorderingsaanslag, boete en rentebeschikking vernietigd. In geschil is of de integrale proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase juist is vastgesteld en of belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank overweegt dat de proceskostenvergoeding niet lager kan worden vastgesteld dan het bedrag dat de inspecteur heeft toegekend, vanwege het verbod van reformatio in peius. De inspecteur heeft € 9.000 toegekend op basis van 26,5 uren, waarbij 20,5 uren uit 2020 niet zijn geaccepteerd omdat het verband met de bezwaarfase ontbreekt. De rechtbank acht deze afwijzing terecht, omdat belanghebbende onvoldoende heeft onderbouwd dat deze uren samenhangen met de bezwaarfase van de aanslag uit november 2021. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur heeft voldaan aan zijn toezegging tot vergoeding van de integrale proceskosten voor de bezwaarfase en dat de uitspraak op bezwaar over de proceskostenvergoeding niet onjuist is. Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding stelt de rechtbank vast dat de redelijke termijn is overschreden, maar dat het belang bij deze procedure uitsluitend ziet op de nevenbeslissing over de proceskostenvergoeding, aangezien de belastingaanslag, boete en rentebeschikking al zijn vernietigd. Volgens het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 2024 (ECLI:NL:HR:2024:853, ) wordt bij de beoordeling van het financieel belang geen rekening gehouden met nevenbeslissingen. De rechtbank acht het belang bij deze procedure zeer beperkt en volstaat met de vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden, zonder toekenning van een immateriële schadevergoeding.
(Beroep gegrond.)