Inspecteur geeft standpunt over de belastingrente uitdrukkelijk en ondubbelzinnig prijs, maar hoeft geen rente te vergoeden over box‑3‑rechtsherstel
Inspecteur geeft standpunt over de belastingrente uitdrukkelijk en ondubbelzinnig prijs, maar hoeft geen rente te vergoeden over box‑3‑rechtsherstel
Gegevens
- Nummer
- 2025/2077
- Publicatiedatum
- 24 december 2025
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Inkomsten uit vermogen/Inkomen uit sparen en beleggen
- Relevante informatie
Belanghebbende heeft aanzienlijke box 3-bezittingen. In 2019 legt de inspecteur hem, nadat hij een herziene aangifte indiende, een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en een beschikking belastingrente op. Later past de inspecteur de navorderingsaanslag en beschikking belastingrente aan na het Kerstarrest en het Besluit Rechtsherstel box 3. Belanghebbende verzoekt vervolgens om een andere verdeling van het box 3-inkomen met zijn partner, waarmee de inspecteur instemt. In bezwaar en beroep betwist belanghebbende onder meer de belastingrente en vraagt hij om rentevergoeding over te veel betaalde box 3-belasting. Het hof oordeelt dat de inspecteur zijn standpunt over de belastingrente uitdrukkelijk en ondubbelzinnig heeft prijsgegeven in de procedure bij de rechtbank, door te verwijzen naar het arrest van de Hoge Raad van 18 november 2022 en het beroep van belanghebbende te steunen. Daarmee kan de inspecteur in hoger beroep niet alsnog vasthouden aan de belastingrente; het gelijk is op dit punt aan belanghebbende. Ten aanzien van de rentevergoeding over de te veel betaalde box 3-belasting volgt het hof het oordeel van de Hoge Raad van 6 juni 2024, inhoudende dat geen wettelijke rente hoeft te worden vergoed, tenzij sprake is van een uitzonderingssituatie. Daarvan is hier geen sprake.
(Hoger beroep deels gegrond.)