Geen proceskostenvergoeding bij vermindering naheffingsaanslag btw na late aangifte
Geen proceskostenvergoeding bij vermindering naheffingsaanslag btw na late aangifte
Gegevens
- Nummer
- 2026/63
- Publicatiedatum
- 14 januari 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
Belanghebbende is een bv die sinds september 2024 ondernemer is voor de omzetbelasting. Zij heeft de aangifte OB over het vierde kwartaal van 2024 niet tijdig ingediend, waarna de inspecteur ambtshalve een naheffingsaanslag en twee verzuimboetes heeft opgelegd. Nadat belanghebbende alsnog een nihilaangifte heeft gedaan, heeft de inspecteur de aanslag en de boete voor het niet betalen verminderd naar nihil. In de bezwaarfase is ook de boete voor het niet tijdig doen van aangifte uit coulance vernietigd, maar het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. In geschil is of de inspecteur terecht het verzoek om een proceskostenvergoeding in de bezwaarfase heeft afgewezen, met name of sprake is van een herroeping wegens een aan de inspecteur te wijten onrechtmatigheid. De rechtbank overweegt dat op grond van art. 7:15 lid 2 Awb alleen recht op proceskostenvergoeding bestaat als het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan de inspecteur te wijten onrechtmatigheid. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende de aangifte te laat heeft ingediend, waardoor de inspecteur de aanslag en boetes op basis van de beschikbare gegevens heeft vastgesteld. De latere vermindering van de aanslag en boetes volgt uit de alsnog ingediende aangifte en is dus het gevolg van het handelen van belanghebbende zelf. De vernietiging van de boete voor het niet tijdig doen van aangifte is uit coulance geschied. In beide gevallen is geen sprake van een aan de inspecteur te wijten onrechtmatigheid, zodat geen recht op proceskostenvergoeding bestaat. Een beroep op het rechtszekerheidsbeginsel slaagt niet, omdat het coulancebeleid voldoende is ingebed in bestaande regelgeving en discretionair van aard is.
(Beroep ongegrond.)