Werktuigenvrijstelling niet van toepassing op zonnepaneleninstallatie op dak van distributiecentrum
Werktuigenvrijstelling niet van toepassing op zonnepaneleninstallatie op dak van distributiecentrum
Gegevens
- Nummer
- 2026/80
- Publicatiedatum
- 16 januari 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Heffing lokale overheden
- Relevante informatie
Belanghebbende huurt het dak van een distributiecentrum. Zij heeft voorts een huuraanvullend opstalrecht. Op het dak exploiteert belanghebbende een PV-installatie (zonnepanelen met bijbehoren). De PV-installatie is niet vast verankerd aan het dak. De heffingsambtenaar heeft de PV-installatie aangemerkt als één onroerende zaak in de zin van art. 16 Wet WOZ. De zonnepanelen en het onderstel – en daarmee de gehele PV-installatie – vallen volgens de heffingsambtenaar niet onder de werktuigenuitzondering. Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2024:997) was het daarmee eens. Ook in cassatie heeft belanghebbende geen succes.
Nu de PV-installatie moet worden aangemerkt als één onroerende zaak in de zin van art. 16 Wet WOZ, is het hof volgens de Hoge Raad terecht ervan uitgegaan dat de PV-installatie een afzonderlijk WOZ-object is. Een opstalrecht kan, anders dan belanghebbende betoogt, niet worden aangemerkt als een onroerende zaak in de zin van art. 16 Wet WOZ. Het hof heeft daarom terecht beoordeeld of de PV-installatie op zichzelf een gebouwd eigendom is. Daarbij is het hof terecht ervan uitgegaan dat sprake is van een werk in de zin van art. 3:3 BW en heeft het hof terecht beoordeeld of de installatie naar haar aard en inrichting is bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven. Het oordeel van het hof dat de installatie aan die bestemmingseis voldoet, acht de Hoge Raad cassatieproef. Of de PV-installatie bovendien zelfstandigheid in bouwkundig opzicht heeft, is hier niet van belang. Dat criterium is alleen van belang indien het gaat om de vraag of een onderdeel van een afzonderlijk WOZ-object op zichzelf als een gebouwd eigendom is aan te merken. Het hof heeft verder voor de beoordeling of de PV-installatie op zichzelf als een gebouwd eigendom is aan te merken, terecht geen betekenis toegekend aan de vraag of de zonnepanelen direct of indirect zijn verenigd met de grond.
(Cassatieberoep ongegrond.)