Hof mocht niet ambtshalve door rechtbank toegepaste wegingsfactor en aantal proceshandelingen voor PKV verlagen

Hof mocht niet ambtshalve door rechtbank toegepaste wegingsfactor en aantal proceshandelingen voor PKV verlagen

Gegevens

Nummer
2026/108
Publicatiedatum
23 januari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:90
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende in deze BPM-zaak ongegrond verklaard, maar hem wel een VIS toegekend met een proceskostenvergoeding voor beroep van € 541. Daarbij is de rechtbank uitgegaan van 2 punten voor proceshandelingen, wegingsfactor 0,5 en de lage puntwaarde uit het BPB voor BPM-zaken. In hoger beroep heeft belanghebbende onder verwijzing naar HR 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:752, NTFR 2022/2490 geklaagd over de door de rechtbank gehanteerde puntwaarde. Dit had volgens belanghebbende de hoge puntwaarde moeten zijn. Hof Den Bosch (ECLI:NL:GHSHE:2024:52) was het daarmee eens maar het hof heeft belanghebbende niettemin geen hogere proceskostenvergoeding voor beroep toegekend. Het hof is namelijk van 1 punt en van een wegingsfactor 0,25 uitgegaan, zodat de door de rechtbank vastgestelde vergoeding volgens het hof niet te laag is. Het hof heeft het hoger beroep ongegrond verklaard. In cassatie houdt deze uitspraak echter geen stand. Het stond het hof volgens de Hoge Raad namelijk niet vrij om bij het – met inachtneming van de juiste puntwaarde – opnieuw vaststellen van de proceskostenvergoeding voor de beroepsfase, die vergoeding in het nadeel van de belanghebbende te wijzigen door ambtshalve de door de rechtbank vastgestelde wegingsfactor te verlagen en het in aanmerking te nemen aantal proceshandelingen te verminderen. De Hoge Raad stelt de proceskostenvergoeding voor beroep vast op € 934, uitgaande van het door de rechtbank vastgestelde aantal punten en wegingsfactor 0,5 berekend naar de puntwaarde van 2026. Wat betreft de kosten van cassatie volgt geen beperking van de proceskosten op grond van de WHpkv omdat de gemachtigde Bothof een ‘bijzonder geval’ is als bedoeld in HR 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46, NTFR 2025/177 (zie HR 26 september 2025, ECLLI:NL:HR:2025;1375, NTFR 2025/1581).

(Cassatieberoep gegrond.)