Kosten van parkeerautomaten en parkeerapps mogen bij oplegging van naheffingsaanslagen parkeerbelasting in rekening worden gebracht
Kosten van parkeerautomaten en parkeerapps mogen bij oplegging van naheffingsaanslagen parkeerbelasting in rekening worden gebracht
Gegevens
- Nummer
- 2026/109
- Publicatiedatum
- 23 januari 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Heffing lokale overheden
- Relevante informatie
Aan belanghebbende is in 2021 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 67,30, bestaande uit € 2 aan verschuldigde parkeerbelasting en € 65,30 aan kosten. Dit bedrag aan kosten is conform de verordening parkeerbelastingen en gelijk aan het voor 2021 geldende maximum bedrag dat volgens het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen aan kosten in rekening mag worden gebracht. In het kostenbedrag is ook 50% van de (jaarlijkse) kosten van de scanauto’s, de parkeerautomaten en parkeerapps begrepen. Volgens hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2023:2043) mogen die kosten bij de naheffing van parkeerbelasting worden doorberekend. Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld, maar zonder succes.
De bevoegdheid om kosten in rekening te brengen bij het opleggen van een naheffingsaanslag is neergelegd in de Gemeentewet en nader uitgewerkt in het genoemde Besluit. In dat Besluit is geregeld uit welke kostencomponenten de kosten ten hoogste kunnen bestaan. Het gaat om kosten voor zover deze samenhangen met de component ‘inning van niet-betaalde parkeerbelastingen’. Onder deze kosten vallen ook kosten die samenhangen met het opleggen van naheffingsaanslagen wegens het niet-betalen van parkeerbelasting. Met ‘samenhangen’ is in het Besluit bedoeld dat de desbetreffende kosten meer dan 10% moeten zijn gemaakt ten behoeve van de desbetreffende kostencomponent (de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen). Er is alleen dan geen samenhang als de desbetreffende kosten geheel of nagenoeg geheel (90% of meer) andere doeleinden dienen. Het staat de gemeente daarom vrij om kosten die voor meer dan 10% samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting, geheel of gedeeltelijk daaraan toe te rekenen.
Het hof heeft geoordeeld dat de kosten van de parkeerautomaten en parkeerapps dusdanig samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen, dat de toerekening daarvan aan de inning van niet-betaalde parkeerbelasting is geoorloofd. Die kosten mogen volgens het hof dus geheel of gedeeltelijk in rekening worden gebracht bij het opleggen van naheffingsaanslagen. De Hoge Raad acht dit oordeel cassatieproof.
Ook de andere cassatieklachten van de belanghebbende (onder meer over tijdige bekendmaking van het maximale kostenbedrag en raming van het aantal naheffingsaanslagen) slagen niet.
(Cassatieberoep ongegrond.)