Woon-winkelpand bestaat uit twee zelfstandige percelen voor de rioolheffing

Woon-winkelpand bestaat uit twee zelfstandige percelen voor de rioolheffing

Gegevens

Nummer
2026/159
Publicatiedatum
3 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:31
Rubriek
Heffing lokale overheden
Relevante informatie

Belanghebbende is eigenaar van een onroerende zaak waarin zich aan de voorzijde een kapsalon bevindt en aan de achterzijde een woning, beide met een eigen ingang en zonder interne doorgang. In 2023 heeft tijdelijk iemand in de woning gewoond, die zich op het adres heeft ingeschreven in de BRP. Voor het jaar 2024 zijn aan belanghebbende twee aanslagen rioolheffing opgelegd: één voor de kapsalon en één voor de woning. Het geschil betreft uitsluitend de aanslag voor de woning; partijen zijn het eens over de aanslag voor de kapsalon.

In geschil is of de woning een zelfstandig gedeelte vormt in de zin van art. 4 van de Verordening Rioolheffing gemeente Midden-Groningen.

De rechtbank oordeelt dat de kapsalon en de woning beide zelfstandige gedeelten zijn, omdat zij afzonderlijk kunnen worden gebruikt en elk een eigen toegang hebben. De heffingsambtenaar heeft daarom terecht twee aanslagen opgelegd. Voor het opleggen van een aanslag is het aantal huisnummers niet relevant. Wel acht de rechtbank het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden, omdat de heffingsambtenaar bij het opleggen van de aanslag onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke situatie. Deze onzorgvuldigheid is echter in bezwaar en beroep hersteld door nader contact met belanghebbende en bevestiging van de feitelijke situatie. De rechtbank past daarom art. 6:22 Awb toe en laat de aanslag in stand, omdat belanghebbende niet in haar belangen is geschaad. Het vertrouwensbeginsel is niet geschonden, omdat het enkele feit dat in eerdere jaren geen tweede aanslag is opgelegd onvoldoende is voor een geslaagd beroep op dit beginsel en bijkomende omstandigheden ontbreken.

(Beroep ongegrond.)