Hof staat anoniem optreden inspecteur toe in zaak soevereinenbeweging

Hof staat anoniem optreden inspecteur toe in zaak soevereinenbeweging

Gegevens

Nummer
2026/162
Publicatiedatum
3 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:264
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Belanghebbende is een particulier die in bezwaar en beroep opkomt tegen een aanslag inkomstenbelasting over 2019, waarbij de inspecteur het bezwaar deels gegrond heeft verklaard en de aanslag heeft verminderd. In de procedure bij de rechtbank heeft de inspecteur verzocht om anoniem te mogen procederen, wat door de rechtbank is toegestaan. In hoger beroep herhaalt de inspecteur dit verzoek, onder verwijzing naar een fenomeenanalyse van de AIVD over de soevereinenbeweging, waartoe het hof belanghebbende rekent op basis van diens uitlatingen. De inspecteur voert aan dat medewerkers van de Belastingdienst in zaken met soevereinen worden geconfronteerd met het verspreiden van persoonsgegevens en bedreigingen, en dat anonimiteit noodzakelijk is ter bescherming van hun veiligheid. Belanghebbende betwist dat geheimhouding gerechtvaardigd is en stelt dat hij vreedzaam is en nooit betrokken is geweest bij gewelddadige acties.

In geschil is of het verzoek van de inspecteur om de namen van zijn medewerkers en hun mandaten geheim te houden, gerechtvaardigd is.

Het hof oordeelt dat het recht op een eerlijk proces in beginsel inhoudt dat partijen kennis kunnen nemen van alle processtukken, maar dat op dit recht uitzonderingen mogelijk zijn bij gewichtige redenen. Het hof stelt dat de enkele stelling dat gevaar bestaat onvoldoende is; er moet sprake zijn van een concreet gevaar. Gelet op de fenomeenanalyse en recente incidenten acht het hof aannemelijk dat openbaarmaking van de namen en mandaten van de medewerkers van de Belastingdienst in deze zaak tot verspreiding van deze gegevens onder soevereinen kan leiden, waardoor een reëel risico op doxing en bedreiging ontstaat. Hoewel niet is gebleken dat belanghebbende zelf tot de gewelddadige categorie behoort of zich schuldig maakt aan bedreiging, acht het hof het belang van de inspecteur bij bescherming van zijn medewerkers zwaarder wegen dan het belang van belanghebbende bij kennisneming van deze gegevens. Het hof wijst het verzoek tot beperkte kennisneming toe en bepaalt dat de identiteit en bevoegdheid van de medewerkers op andere wijze wordt gecontroleerd, zonder dat hun namen aan belanghebbende bekend worden gemaakt.

(Hoger beroep ongegrond.)