Weigering nultarief bij intracommunautaire leveringen wegens btw-fraude VK

Weigering nultarief bij intracommunautaire leveringen wegens btw-fraude VK

Gegevens

Nummer
2026/209
Publicatiedatum
10 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:2837
Rubriek
Omzetbelasting
Relevante informatie

Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit onder meer een groothandel in ferrometalen, verricht in 2017 intracommunautaire leveringen van schroot aan drie Britse afnemers Ltd. A, Ltd. B en Ltd. C. Naar aanleiding van een FIOD-onderzoek naar btw-carrouselfraude in de metaalhandel, waarbij deze afnemers betrokken zijn, legt de inspecteur een naheffingsaanslag op. Uit het onderzoek blijkt dat de Britse afnemers hun btw-verplichtingen niet nakomen: Ltd. A voert fictieve inkopen op om btw te ontwijken, Ltd. B geeft nauwelijks verschuldigde btw aan over doorleveringen en Ltd. C dient geen btw-aangiften in. De rechtbank oordeelde dat sprake is van btw-fraude in de handelsketens en dat belanghebbende onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij het aangaan van deze handelsrelaties (NTFR 2025/1087).

In hoger beroep is geschil of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, meer in het bijzonder of sprake is van btw-fraude in de handelsketens en of belanghebbende wist of had moeten weten dat zij onderdeel uitmaakte van een keten waarin deze fraude plaatsvond.

Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de inspecteur terecht het nultarief heeft geweigerd. Het hof overweegt dat, hoewel aan de formele en materiële voorwaarden voor het nultarief is voldaan, de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat in de handelsketens btw-fraude is gepleegd en dat belanghebbende daarvan op de hoogte was of had moeten zijn. Het hof wijst op de risicovolle aard van de metaalhandel, de eerdere expliciete waarschuwingen aan betrokken medewerkers over btw-fraude, het ontbreken van adequaat KYC-onderzoek, het snelle verloop en intrekken van btw-nummers bij de Britse afnemers, en het feit dat betalingen via tussenschakels vrijwel volledig werden doorgeboekt naar belanghebbende. Daarnaast blijkt uit communicatie via WhatsApp en de betrokkenheid van belanghebbende bij de facturatie en geldstromen dat zij nauwe banden had met de schakels in de keten. De door belanghebbende aangevoerde argumenten, zoals het onderzoek van de kredietverzekeraar en het inschakelen van externe professionals, acht het hof onvoldoende om aan te nemen dat zij niet wist of had moeten weten van de fraude. Het hof concludeert dat de inspecteur terecht het nultarief heeft geweigerd en de naheffingsaanslag heeft opgelegd.

(Hoger beroep ongegrond.)