Hof bevestigt naheffingsaanslag accijns wegens voorhanden hebben onveraccijnsde sigaretten

Hof bevestigt naheffingsaanslag accijns wegens voorhanden hebben onveraccijnsde sigaretten

Gegevens

Nummer
2026/210
Publicatiedatum
10 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:3622
Rubriek
Accijnzen
Relevante informatie

Belanghebbende woont in 2017 samen met zijn ouders en broer in een woning waar op 17 januari 2017 bij een doorzoeking 75.800 onveraccijnsde sigaretten worden aangetroffen. De sigaretten liggen verspreid over verschillende ruimten in en rond de woning, waaronder een schuur, een koelcel, een kledingkast en de woonkamer. Hiervoor is de onderhavige naheffingsaanslag accijns aan belanghebbende opgelegd. In 2021 wordt opnieuw tabak aangetroffen op het perceel, maar omdat belanghebbende dan niet meer in de woning woont, wordt geen naheffingsaanslag opgelegd.

In geschil is of de naheffingsaanslag accijns terecht aan belanghebbende is opgelegd, meer in het bijzonder of hij de accijnsgoederen voorhanden heeft gehad of daarbij betrokken was als bedoeld in art. 51 lid 1 onderdeel b WA, en voorts of het willekeurverbod of het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden.

Het hof oordeelt, in navolging van de rechtbank, dat belanghebbende kan worden aangemerkt als degene die de onveraccijnsde sigaretten voorhanden heeft gehad, dan wel daarbij betrokken was. Doorslaggevend is dat belanghebbende ten tijde van de vondst in de woning woonde, een sleutel had en vrije toegang had tot de ruimten waar de sigaretten zijn aangetroffen. Het Unierechtelijke begrip ‘voorhanden hebben’ vereist niet dat belanghebbende wetenschap had van het accijnsplichtige karakter van de goederen, feitelijke beschikkingsmacht is voldoende. Ook kan accijns worden geheven van personen die bij het voorhanden hebben betrokken zijn, zonder dat zij feitelijke beschikkingsmacht hebben. Het hof acht het niet relevant dat de inspecteur bij latere vondsten geen naheffingsaanslag heeft opgelegd, omdat de feitelijke situatie toen anders was. Het beroep op het verbod van willekeur faalt, nu het Unierecht een ruime kring van schuldenaren kent en de inspecteur mag kiezen aan wie hij de naheffingsaanslag oplegt. Voorts is belanghebbende als verdachte aangemerkt voor het opzettelijk voorhanden hebben van onveraccijnsde sigaretten en zijn broer en ouders niet. Ook het zorgvuldigheidsbeginsel is niet geschonden. Het ontbreken van verhaalsmogelijkheden vormt geen beletsel voor het opleggen van een naheffingsaanslag.

(Hoger beroep ongegrond.)