Geen Fagoed-aftrek bij aankoop erfpachtrecht met kooprecht, dus navordering gehandhaafd
Geen Fagoed-aftrek bij aankoop erfpachtrecht met kooprecht, dus navordering gehandhaafd
Gegevens
- Nummer
- 2026/213
- Publicatiedatum
- 10 februari 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Winst
- Relevante informatie
Belanghebbende is vennoot in een vof die in 2012 samen met andere vennoten een recht van erfpacht met een kooprecht op landbouwgrond heeft verworven. In de aangiften IB/PVV 2014 tot en met 2016 activeert de vof de grond op de balans en passiveren de vennoten een schuld, waarbij jaarlijks een indexering van deze schuld ten laste van het resultaat wordt gebracht. Belanghebbende beroept zich daarbij op het Fagoed-arrest (HR 10 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1866), waarin onder voorwaarden indexering van een schuld bij verkoop van grond met terugkooprecht fiscaal aftrekbaar is. In geschil is of de inspecteur de in aftrek gebrachte indexering van de schuld terecht heeft gecorrigeerd (alle jaren) en of hij voor de navorderingsaanslagen IB/PVV 2014 en 2015 beschikte over een nieuw feit. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de Fagoed-methode niet van toepassing is. Anders dan in het Fagoed-arrest is in deze zaak geen sprake van verkoop van (bloot) eigendom van grond door belanghebbende, noch van ontvangst van een geldsom van de koper/erfpachtfinancier. Belanghebbende is nooit eigenaar van de grond geweest en heeft geen geld ontvangen dat als lening kan worden aangemerkt. Het economische belang bij de grond keert niet terug in het ondernemingsvermogen zoals in de Fagoed-casus. De Fagoed-methode is een uitzondering die beperkt moet worden uitgelegd; de situatie van belanghebbende vertoont niet de vereiste sterke gelijkenis met een geïndexeerde geldlening. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank over en voegt toe dat ook de overige argumenten van belanghebbende geen ruimte bieden voor de gewenste aftrek. Ten aanzien van de navorderingsaanslagen oordeelt het hof dat de inspecteur pas in 2020, naar aanleiding van vragen over de aangifte 2016, op de hoogte raakte van de relevante feiten rond de erfpachtfinanciering. In de aangiften 2014 en 2015 waren deze feiten niet zichtbaar, zodat de inspecteur bij het vaststellen van de oorspronkelijke aanslagen niet hoefde te twijfelen aan de juistheid van de aangiften. De nieuwe informatie uit 2020 kwalificeert als een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.
(Hoger beroep ongegrond).