Geen nieuw feit bij navordering leges omgevingsvergunning

Geen nieuw feit bij navordering leges omgevingsvergunning

Gegevens

Nummer
2026/214
Publicatiedatum
10 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:559
Rubriek
Heffing lokale overheden
Relevante informatie

Belanghebbende dient een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een productiehal. De vergunning wordt in december 2017 verleend en begin januari 2018 gepubliceerd. Pas in maart 2021 ontvangt de heffingsambtenaar van de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) een legesbrief met het verschuldigde bedrag. Op basis hiervan legt de heffingsambtenaar in oktober 2021 een navorderingsaanslag leges op. Belanghebbende maakt bezwaar, maar de heffingsambtenaar en de rechtbank verklaren het bezwaar en beroep ongegrond. In hoger beroep is niet in geschil dat belanghebbende niet te kwader trouw is en dat de hoogte van de aanslag juist is. Uitsluitend de bevoegdheid tot navordering staat ter discussie. In geschil is of de heffingsambtenaar op grond van art. 16 AWR bevoegd is tot navordering van leges. Het hof oordeelt, anders dan de rechtbank, dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een navordering rechtvaardigend nieuw feit. De heffingsambtenaar stelt dat een advies- of legesbrief door een computerstoring in januari 2018 niet is verzonden, maar kan dit niet met stukken onderbouwen. De overgelegde e-mail van ODR laat in het midden of en welke berichten daadwerkelijk niet zijn verstuurd. Ook ontbreekt een kopie van de betreffende brief. Het hof acht het verder onduidelijk hoe en door wie is vastgesteld dat geen aanslag is opgelegd en merkt op dat het ontbreken van relevante gegevens door een systeemovergang voor rekening van de heffingsambtenaar komt. Daarmee is niet aannemelijk dat de benodigde informatie voor het opleggen van een aanslag niet tijdig beschikbaar was. Ook navordering op grond van art. 16 lid 2 onderdeel c AWR is niet mogelijk, omdat geen besluit tot het niet opleggen van een aanslag is genomen. Het hof vernietigt de navorderingsaanslag en verklaart het hoger beroep gegrond.

(Hoger beroep gegrond.)