NTFR 2026/293 - BEPS voor feministen – Over belastingontwijking en vrouwenrechten

NTFR 2026/293 - BEPS voor feministen – Over belastingontwijking en vrouwenrechten

1. Aanleiding

Onlangs verscheen in het Weekblad Fiscaal Recht een column onder de titel ‘(Terug)kijken door mijn fiscale bril: van vrouwenrechten tot belastingontwijking’.1 Mijn interesse was gewekt. Ik heb een zwak voor exotische belastingthema’s en vroeg me af hoe de auteur de cirkel van deze ogenschijnlijk onlogische combinatie rond zou krijgen. Als een echte dolle mina scheurde ik het Weekblad uit de folie, snel bladerend naar de juiste bladzijde. Daar ontvouwde zich een betoog over hedendaagse vormen van tax planning die, aldus de auteur, eigenlijk niet meer kunnen en daarom moeten worden afgebouwd door degenen die er gebruik van maken. De verwijzing naar vrouwenrechten diende ter vergelijking: ook daar waren er wezenlijke veranderingen in de maatschappelijke mores, getuige de stapsgewijze invoering van het vrouwenkiesrecht vanaf 1917. Wat kan voor stemmende vrouwen, zo luidde de boodschap, kan eveneens voor fiscale structuren. De column bevatte weliswaar geen nieuwe voorbeelden van zulke structuren, maar wel een verwijzing naar ‘niet-traditionele’ vormen van ontwijking via verrekenprijzen.2

Ik moet eerlijk zijn: toen ik het stuk las, was ik ontstemd. Niet vanwege het gebrek aan voorbeelden (dat er anno 2026 nog belastingontwijking plaatsvindt, vind ik alleszins aannemelijk), maar omdat ik de inhoudelijke link met vrouwen miste. Dat was jammer, vond ik, omdat feminisme al jaren een majeur thema is voor de meest zichtbare deelnemer aan het moderne fiscale debat: de internationale Tax Justice-beweging (hierna: Tax Justice). Dat zijn de ngo’s en andere activistische organisaties die zich hard maken tegen belastingontwijking in de breedst mogelijke zin.

Dat vrouwenrechten als zodanig een ding zijn in de Tax Justice-wereld, is niet algemeen bekend bij fiscalisten. Zelf twijfel ik al jaren of ik hier aandacht aan moet besteden, bijvoorbeeld in een NTFR-Opinie. Voor de meeste vakbroeders (m/v) is dit immers een ‘ver-van-mijn-bed-show’ zonder praktische impact op het dagelijkse leven. En mijn stelregel is dat je nooit ‘ter lering ende vermaak’ iets moet publiceren in de vakpers – de gemiddelde aandachtspanne in onze sector is tenslotte die van een overwerkte goudvis en ik wil niet bijdragen aan het kaf dat van het koren gescheiden moet worden.

Ik maak echter dankbaar gebruik van de gelegenheid die de column in het Weekblad biedt om het thema toch te agenderen als wezenlijk onderdeel van de Tax Justice-/BEPS-discussie. Ik zal het kort houden.

2. Over Tax Justice

In de afgelopen jaren is een levendige politiek-maatschappelijke discussie ontstaan over belastingontwijking. Ik noem dit het ‘verlengde BEPS-debat’3 omdat het, achteraf bekeken, al enkele jaren voorafgaand aan het BEPS-project van de OESO begon (rond de tijd van de 2008-crises) en nu – tien jaar na het opleveren van de BEPS-deliverables – nog altijd loopt in de vorm van onder meer Pillar 2 en de mogelijke rol voor de Verenigde Naties (VN) als gremium voor het internationale belastingrecht.4 Dit debat kent verschillende lagen en actoren. In willekeurige volgorde noem ik: landen, internationale organisaties, bedrijven en andere belastingplichtigen, belastingadviseurs en lobbygroepen (NOB,5 VNO-NCW,6 AmCham7), advocacy-groepen, de media en onderzoeksjournalistiek, en natuurlijk de samenleving in bredere zin (consumenten/kiezers). Binnen deze complexe biotoop ijvert Tax Justice al twintig jaar voor fiscale hervormingen van met name het internationale belastingrecht. De focus ligt daarbij op ontwikkelingslanden en sociaal zwakkere groepen, waaronder vrouwen en kinderen. De beweging is pluriform en doet (mij) denken aan Dunkirk-achtige8 armada’s van grote en kleine boten, militair en civiel, die met hetzelfde doel dezelfde kant op varen, onder verschillende vlaggen. Het gaat dus uitdrukkelijk niet alleen om de grote vlaggenschepen, zoals het Tax Justice Network (TJN)9 of de Global Alliance for Tax Justice (GATJ),10 maar ook om de kleinere bootjes met individuele onderzoekers en journalisten. In Nederland kan gedacht worden aan Oxfam Novib,11 ActionAid12 of de FNV,13 Follow the Money14 en de onderzoekers bij SOMO.15 Tax Justice is hofleverancier van informatie en case studies over belastingontwijking én weet zich goed te profileren in de media en de politiek.16 Het is zelfs de vraag of de fiscale hervormingsgolf na 2008 überhaupt tot stand zou zijn gekomen zonder Tax Justice en de daarmee samenhangende druk vanuit de samenleving. En ja, er is kritiek mogelijk op de zienswijzen en de modus operandi van Tax Justice-groepen. Maar dat de beweging in het fiscale debat een serieuze speler is, staat buiten kijf.17

Zijstap

Ontwijking door grote bedrijven en rijke individuen is vergeleken met tien of vijftien jaar geleden sterk geproblematiseerd.18 Dit is echter niet per definitie het gevolg van voortschrijdend inzicht, maar vooral van de toenemende bekendheid van belastingstructuren buiten de fiscale en financiële sector. Op dit punt ben ik het dus oneens met de column in het Weekblad. Voorafgaand aan de onthullingen van bijvoorbeeld de Panama Papers of LuxLeaks19 wisten de (latere) critici – activisten, politici, media, wetenschappers zonder dubbele pet – simpelweg niet wat er allemaal speelde met betrekking tot tax planning. Toen dit laatste bekend werd, was dat aanleiding tot zorg, woede en uiteindelijk een stortvloed aan antimisbruikbepalingen. Hier is echter geen sprake van voortschrijdend inzicht, maar van een informatieachterstand die op een gegeven moment werd ingehaald. Dat er ooit een tijd was waarin agressieve fiscale ‘optimalisatie’ bewust acceptabel was, is een mythe.

3. Fiscaal feminisme

3.1. Geen doel op zich

Rechtvaardige belastingen zijn bijna nooit een doel op zich. Neem Oxfam Novib. Deze organisatie houdt zich bezig met het tegengaan van armoede in ontwikkelingslanden. Denk aan waterputten en hulpgoederen. Dat is een andere tak van sport dan de wereld van hybride leningen en transfer pricing. De reden waarom deze organisatie zich toch met dat laatste is gaan bezighouden, is dat grondslagerosie in ontwikkelingslanden de mogelijkheid van die landen om zelf te heffen – en dus hun afhankelijkheid van ontwikkelingshulp te verminderen – ondermijnt. In een geglobaliseerde wereld zijn belastingverdragen met een stevige antimisbruikbepaling eigenlijk een vorm van ontwikkelingssamenwerking. Het is met het oog op de Global South dat activisten zich druk maken over de Nederlandse ‘brievenbussen op de Zuidas’, waarmee gewiekste planners toegang krijgen c.q. kregen tot het Nederlandse verdragennetwerk en bronheffingen elders kunnen omzeilen. Dit is meteen waarom het argument dat men in Nederland een grijpstuiver kan heffen over de brievenbussen in Tax Justice-ogen geen hout snijdt.

3.2. Bijzondere positie vrouwen

3.3. Uitwerking

3.4. Eisen en aanbevelingen

3.5. BEPS

4. Tot slot