Niet-ontvankelijkheid beroep wegens bewindvoering

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens bewindvoering

Gegevens

Nummer
2026/261
Publicatiedatum
17 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:435
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Belanghebbende is onder bewind gesteld bij beschikking van de kantonrechter en heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar inzake de aanslagen inkomstenbelasting en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over 2016. De rechtbank heeft zowel belanghebbende als de bewindvoerder in de gelegenheid gesteld om aan te tonen dat belanghebbende in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen, dan wel de beroepsprocedures over te nemen. Belanghebbende heeft niet gereageerd op het verzoek om aan te tonen dat hij zijn belangen kan waarderen. De bewindvoerder heeft expliciet aangegeven de beroepsprocedures niet te willen overnemen.

In geschil is of belanghebbende bevoegd is om zelf beroep in te stellen nu hij onder bewind is gesteld.

De rechtbank overweegt dat op grond van art. 1:441 BW en art. 8:21 Awb de bewindvoerder in en buiten rechte optreedt namens belanghebbende, tenzij belanghebbende in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen. Omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daartoe in staat is en de bewindvoerder de procedure niet overneemt, is het beroep onbevoegdelijk ingesteld. De rechtbank verklaart de beroepen daarom niet-ontvankelijk en komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling.

(Beroepen niet-ontvankelijk.)