Geen verschoonbare termijnoverschrijding bij te late btw‑teruggaaf oninbare vorderingen

Geen verschoonbare termijnoverschrijding bij te late btw‑teruggaaf oninbare vorderingen

Gegevens

Nummer
2026/245
Publicatiedatum
16 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:3537
Rubriek
Omzetbelasting
Relevante informatie

Belanghebbende is een bv binnen een concern met in de top A als dga. In de jaren 2010 t/m 2012 heeft belanghebbende facturen met omzetbelasting aan concernmaatschappij B bv gestuurd. De facturen zijn onbetaald gebleven. In de aangiften OB geeft belanghebbende geen omzet aan omdat zij stelt het kasstelsel toe te passen. B bv heeft de omzetbelasting op de facturen in aftrek gebracht. De inspecteur heeft de omzetbelasting bij belanghebbende nageheven, die ook is betaald. Belanghebbende verzoekt vervolgens om teruggaaf van in totaal € 98.000 wegens oninbaarheid van de vorderingen. De inspecteur heeft de verzoeken niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.

In geschil is of de inspecteur de verzoeken om teruggaaf terecht niet‑ontvankelijk verklaard heeft.

Het hof stelt voorop dat een verzoek om teruggaaf moet worden gedaan bij de aangifte over het tijdvak waarin redelijkerwijs vaststaat dat de vergoeding niet meer zal worden ontvangen. Uit de eigen verklaringen van belanghebbende, onder meer dat al in 2011 niet meer op betaling mocht worden gerekend en dat begin 2013 de oninbaarheid vaststaat, in combinatie met het faillissement van B bv in maart 2013, leidt het hof af dat uiterlijk begin 2013 is komen vast te staan dat voldoening van de vorderingen niet meer te verwachten was. Het verzoek om teruggaaf had uiterlijk bij de aangifte over het eerste kwartaal 2013 moeten worden gedaan. Omdat de verzoeken pas in 2016 zijn ingediend, zijn deze te laat en is geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding. De gestelde medische en psychische problemen van de bestuurder zijn onvoldoende onderbouwd en wijzen veeleer op een onjuiste veronderstelling over de termijn en het kasstelsel, wat voor rekening van belanghebbende komt.

(Hoger beroep ongegrond).