Inspecteur maakt met verzendrapport bekendmaking naheffing aannemelijk
Inspecteur maakt met verzendrapport bekendmaking naheffing aannemelijk
Gegevens
- Nummer
- 2026/264
- Publicatiedatum
- 17 februari 2026
- Auteur
- Redactie
- Relevante informatie
Belanghebbende is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting, die zich onder meer bezighouden met het verzorgen, trainen en verhandelen van paarden. In 2016 verkoopt belanghebbende (gedeeltelijke) eigendom van twee paarden en past daarbij het nultarief toe. De inspecteur legt een naheffingsaanslag OB op omdat hij van mening is dat het nultarief ten onrechte is toegepast. Belanghebbende ontvangt de aanslag op 5 januari 2022 en stelt dat deze buiten de naheffingstermijn is opgelegd.
In geschil is of de naheffingsaanslag binnen de wettelijke naheffingstermijn van vijf jaar is opgelegd. Het hof oordeelt, in navolging van de rechtbank, dat de inspecteur met het overgelegde verzendrapport aannemelijk maakt dat de naheffingsaanslag op 23 en 24 december 2021 aan het postvervoerbedrijf is aangeboden. Daarmee is de aanslag op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Omdat ook de dagtekening van het aanslagbiljet (29 december 2021) binnen de vijfjaarstermijn valt, is de aanslag tijdig opgelegd. Het hof verwijst naar de hoofdregel van art. 5 lid 1 AWR, en overweegt dat nu datum dagtekening na datum verzending ligt, de datum dagtekening bepalend is voor de vraag of de naheffingsaanslag binnen de termijn is opgelegd. Het hof acht de bewijslast van tijdige verzending door de inspecteur voldoende ingevuld met het verzendrapport, in lijn met jurisprudentie van de Hoge Raad. Het hoger beroep faalt daarmee.
(Hoger beroep ongegrond.)