Maatstaf van heffing bij effectentransacties bestaat uit bruto handelsresultaat

Maatstaf van heffing bij effectentransacties bestaat uit bruto handelsresultaat

Gegevens

Nummer
2026/273
Publicatiedatum
20 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:281
Rubriek
Omzetbelasting
Relevante informatie

Een tot belanghebbende behorende vennootschap is market maker in effecten op beurzen binnen en buiten de Europese Unie. Zij verdient daarbij aan de verschillen tussen koop- en verkoopprijzen. Verder levert de vennootschap support services en software aan dochtermaatschappijen tegen zogenoemde TNMM-vergoedingen. Belanghebbende heeft recht op aftrek van voorbelasting voor laatstgenoemde prestaties en ter zake van de effectenhandel voor zover de afnemers buiten de EU zijn gevestigd (art. 15 lid 2 letter c Wet OB 1968). Voor de gemengde kosten bestaat een evenredig recht op aftrek, waarvoor de vestigingsplaats van de ontvangers van de effectentransacties – binnen of buiten de EU – van belang is. Daarover heeft belanghebbende voor 2007 t/m 2015 de afspraak gemaakt met de inspecteur dat de vestigingsplaats van haar afnemers mag worden vastgesteld op basis van handelsvolumes op beurzen binnen en buiten de EU. Voor 2018 wenst belanghebbende meer omzetbelasting ter zake van de gemengde kosten in aftrek te brengen door ook de TNMM-vergoedingen in de verdeelsleutel mee te nemen. Volgens de Hoge Raad moet de vooraftrek na het verstrijken van de looptijd van de afspraak worden bepaald op grond van de wettelijke regeling. Gelet op het HvJ-arrest First National Bank of Chicago, heeft belanghebbende zich in dat verband op het standpunt mogen stellen dat de vergoedingen voor de effectentransacties kunnen worden bepaald aan de hand van het bruto handelsresultaat van de transacties in een bepaalde periode. Vervolgens moet van deze vergoedingen een deel - evenredig aan het aandeel van afnemers van effectentransacties die buiten de EU zijn gevestigd- worden beschouwd als van buiten de EU ontvangen vergoedingen. Belanghebbende moet bewijzen dat afnemers buiten de EU zijn gevestigd. Het aannemelijk maken van de verhouding tussen binnen en buiten de EU gevestigde afnemers, kan ook op basis van redelijke schattingen plaatsvinden. De Hoge Raad verwijst de zaak naar hof Den Haag om de omvang van de aftrek ter zake van de gemengde kosten vast te stellen.