Geen vergrijpboete bij naheffingsaanslag OB die berust op weigering nultarief wegens fraude

Geen vergrijpboete bij naheffingsaanslag OB die berust op weigering nultarief wegens fraude

Gegevens

Nummer
2026/274
Publicatiedatum
20 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:279
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Belanghebbende handelt in tweedehandsauto’s. Onder uitreiking van facturen op naam van in Roemenië en Hongarije gevestigde afnemers heeft belanghebbende divers auto’s verkocht. Ook op de afhaalverklaringen zijn deze landen vermeld als plaats van bestemming. Naar aanleiding van een boekenonderzoek heeft de inspecteur het nultarief voor intracommunautaire leveringen geweigerd wegens fraude. Belanghebbende had namelijk niet de werkelijke bestemming van de auto’s (Berlijn) op de documenten vermeld. In verband daarmee zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen OB met vergrijpboetes opgelegd. Hof Arnhem-Leeuwarden (NTFR 2023/238) heeft de naheffingsaanslagen en vergrijpboetes in stand gelaten. De Hoge Raad vernietigt de vergrijpboetes. Op grond van art. 67f AWR kan een vergrijpboete worden opgelegd als het aan opzet of grove schuld van belanghebbende is te wijten dat in Nederland te weinig omzetbelasting is betaald. Volgens de inspecteur was de opzet van belanghebbende echter niet gericht op het ontgaan van omzetbelasting in Nederland, maar op het ontgaan van btw in een andere lidstaat. Gelet op dit verwijt is niet voldaan aan het vereiste van opzet. Ook oordeelt de Hoge Raad dat niet aan het vereiste van grove schuld is voldaan. Daarmee komt de Hoge Raad terug van zijn eerdere rechtspraak dat het beboetbaar feit van art. 67f AWR zich kan voordoen als een naheffingsaanslag OB louter berust op het wegens fraude ontnemen van het recht op toepassing van het nultarief. De nageheven omzetbelasting was immers niet op grond van Wet OB 1968 eerder verschuldigd geworden en hoeft dus volgens deze wet niet op aangifte te worden betaald, ook niet als gevolg van de deelname aan de frauduleuze structuur.

Wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure zouden de boetes moeten worden verminderd. Nu de Hoge Raad de boetes heeft vernietigd, kent hij een schadevergoeding toe.

(Volgt gegrondverklaring en vernietiging van de boetes.)