Geen teruggaaf dividendbelasting aan buitenlands fonds; geen strijd met Unierecht of staatssteun

Geen teruggaaf dividendbelasting aan buitenlands fonds; geen strijd met Unierecht of staatssteun

Gegevens

Nummer
2026/287
Publicatiedatum
23 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:578
Rubriek
Internationaal en Europees
Relevante informatie

Belanghebbende is een in Duitsland gevestigd beleggingsfonds dat voor de jaren 2016 en 2018 om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting verzoekt. Belanghebbende beroept zich daarbij op het Unierecht en stelt dat zij vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling (fbi) en daarom recht heeft op teruggaaf, zoals binnenlandse fbi’s via de afdrachtvermindering worden gecompenseerd. De inspecteur heeft de verzoeken afgewezen.

In geschil is of belanghebbende recht heeft op teruggaaf van dividendbelasting op grond van het Unierecht, met name het vrije verkeer van kapitaal, en of het weigeren van teruggaaf leidt tot verboden staatssteun. De rechtbank overweegt dat sinds het overgangsrecht van art. XXVI Wet Overige fiscale maatregelen 2008 voor boekjaren vanaf 2008 het regime van de afdrachtvermindering geldt. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen, die in Nederland niet inhoudingsplichtig zijn, geen tegemoetkoming krijgen via de afdrachtvermindering (NTFR 2021/1362). De rechtbank ziet in de argumenten van belanghebbende geen aanleiding om hiervan af te wijken of prejudiciële vragen te stellen. Ook het beroep op het L-Fund-arrest van het HvJ leidt niet tot een ander oordeel. Voor zover belanghebbende stelt dat het fbi-regime verboden staatssteun oplevert, overweegt de rechtbank dat het regime niet als selectieve maatregel kan worden gekwalificeerd en dat het niet toekennen van teruggaaf aan buitenlandse fondsen voortvloeit uit de uitleg van het Unierecht. Zelfs als sprake zou zijn van verboden staatssteun, kan dit niet leiden tot uitbreiding van de regeling naar buitenlandse fondsen. Ook de jurisprudentie omtrent deze problematiek is geen verboden staatssteun. Uitvoering van rechtspraak is bovendien geen staatssteun. De rechtbank ziet haar oordeel bevestigd in het arrest van de Hoge Raad van 13 september 2024 (NTFR 2024/1455).

(Beroep ongegrond.)