Inspecteur gehouden aan toezegging zonder voorbehoud in verweerschrift

Inspecteur gehouden aan toezegging zonder voorbehoud in verweerschrift

Gegevens

Nummer
2026/295
Publicatiedatum
24 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:2866
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Belanghebbende, een bv die een gebruikte personenauto heeft geïmporteerd en op aangifte BPM heeft voldaan, baseert de aangifte op een taxatierapport waarin aanzienlijke schade aan de auto is verwerkt. De RDW stelt bij keuring een hogere CO2-uitstoot vast, waarna de inspecteur een naheffingsaanslag BPM oplegt op basis van deze hogere uitstoot. In het verweerschrift in eerste aanleg verklaart de inspecteur expliciet dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd vanwege een wijziging van de CO2-uitstoot in het kentekenregister. Later doet de inspecteur een beroep op interne compensatie. De rechtbank honoreert het beroep op interne compensatie en verwerpt het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat de toezegging van de inspecteur volgens de rechtbank alleen ziet op het CO2-aspect en niet op andere elementen van de aanslag.

Het hof oordeelt, anders dan de rechtbank, dat de inspecteur in het verweerschrift in eerste aanleg ondubbelzinnig en zonder voorbehoud heeft toegezegd dat de naheffingsaanslag wordt vernietigd. Belanghebbende mag hierop vertrouwen, mede omdat de inspecteur pas maanden later alsnog interne compensatie aanvoert. Het hof acht het in strijd met het vertrouwensbeginsel om de naheffingsaanslag in stand te laten

(Hoger beroep gegrond.)