Navordering in stand bij beëindiging terbeschikkingstelling kantoor aan bv

Navordering in stand bij beëindiging terbeschikkingstelling kantoor aan bv

Gegevens

Nummer
2026/297
Publicatiedatum
24 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:682
Rubriek
Arbeid, loon en resultaat
Relevante informatie

Belanghebbende is enig aandeelhouder van een bv en stelt sinds 2006 een verbouwde hooischuur bij zijn woning ter beschikking aan deze bv. In 2017 wordt de terbeschikkingstelling beëindigd, waarna de inspecteur – na een aanvankelijk ambtshalve aanslag – een navorderingsaanslag IB/PVV oplegt op basis van een terbeschikkingstellingsresultaat van € 179.493. Dit is mede gebaseerd op een taxatierapport en correctie van eerdere afschrijvingen volgens de foutenleer. Belanghebbende heeft geen tijdige aangifte gedaan en betwist onder meer het bestaan van een nieuw feit voor navordering, de toepassing van de foutenleer en de hoogte van het tbs-resultaat. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een nieuw feit, omdat de inspecteur pas na de primitieve aanslag via de alsnog ingediende aangifte bekend werd met de beëindiging van de terbeschikkingstelling. De rechtbank bevestigt verder, in lijn met eerdere uitspraken over hetzelfde feitencomplex, dat omkering en verzwaring van de bewijslast geldt wegens het niet (tijdig) doen van aangifte. De inspecteur heeft het tbs-resultaat redelijk geschat op basis van een taxatierapport en de gecorrigeerde afschrijvingen. Belanghebbende heeft zijn lagere berekeningen niet onderbouwd en geen relevante stukken overgelegd. De rechtbank acht de toepassing van de foutenleer in de tbs-sfeer juist en oordeelt dat belanghebbende niet heeft doen blijken dat de aanslag te hoog is vastgesteld. Voor de belasting- en revisierente zijn geen zelfstandige gronden aangevoerd.

(Beroep ongegrond).