Geen piekvereiste voor onderhoudsvoorziening woningcorporatie; Baksteencriteria volstaan

Geen piekvereiste voor onderhoudsvoorziening woningcorporatie; Baksteencriteria volstaan

Gegevens

Nummer
2026/301
Publicatiedatum
24 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:3707
Rubriek
Vennootschapsbelasting/Dividendbelasting
Relevante informatie

Belanghebbende is een woningcorporatie met ruim 33.000 verhuureenheden, verdeeld over circa 600 complexen. In haar aangifte vennootschapsbelasting 2016 vormt zij een voorziening voor groot onderhoud, gebaseerd op meerjarige technische analyses per complex en een onderhoudsstrategie die zowel planmatig als extra onderhoud omvat. De inspecteur corrigeert deze voorziening volledig, waarna partijen in een vaststellingsovereenkomst overeenkomen het principiële geschil over de voorwaarden voor de fiscale onderhoudsvoorziening aan de rechter voor te leggen. Daarbij is afgesproken dat de uitkomst van het geschil uitsluitend gevolgen heeft voor de hoogte van de voorziening, niet voor de feitelijke uitgaven. In geschil is of voor het vormen van een onderhoudsvoorziening een piekvereiste geldt, en zo ja, of dit op ondernemings- of complexniveau moet worden getoetst. Daarnaast is in geschil of bij de berekening van de voorziening moet worden uitgegaan van het criterium ‘groot-onderhoud’ uit HR 20 augustus 1980, BNB 1981/1. Het hof oordeelt, in navolging van de rechtbank, dat het piekvereiste geen voorwaarde is voor het vormen van een onderhoudsvoorziening. Het hof baseert zich op het Baksteenarrest (HR 26 augustus 1998, BNB 1998/409), waarin de Hoge Raad drie criteria formuleert (oorsprong-, toerekening- en zekerheidseis) en geen aanknopingspunt biedt voor een piekvereiste. Ook latere jurisprudentie en de systematiek van goedkoopmansgebruik geven daarvoor geen aanleiding. Het arrest BNB 1981/1 ziet volgens het hof uitsluitend op de egalisatiereserve en niet op onderhoudsvoorzieningen. Het hof wijst er verder op dat een voorziening fiscaalrechtelijk vreemd vermogen betreft, terwijl de egalisatiereserve onderdeel is van het eigen vermogen en een andere functie heeft. De verwijzing van de inspecteur naar het Lease-arrest acht het hof niet relevant, aangezien dat arrest een andere soort voorziening betreft. Omdat het piekvereiste niet geldt, komt het hof niet toe aan de vraag op welk niveau dit zou moeten worden getoetst. Ten aanzien van het criterium ‘groot-onderhoud’ uit BNB 1981/1 overweegt het hof dat dit criterium niet geldt voor onderhoudsvoorzieningen. Uitsluitend de Baksteencriteria zijn van toepassing. Het hof bevestigt daarmee dat belanghebbende de volledige onderhoudsvoorziening mag vormen zoals bepleit.

(Hoger beroep ongegrond.)