Erfopvolging binnen vijf jaar vóór schenking biedt geen grond voor volledige BOR-toepassing

Erfopvolging binnen vijf jaar vóór schenking biedt geen grond voor volledige BOR-toepassing

Gegevens

Nummer
2026/302
Publicatiedatum
24 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:114
Rubriek
Successiewet
Relevante informatie

Belanghebbende verkrijgt in 2020 via schenking van haar moeder alle aandelen in een bv die een onderneming drijft. Moeder had sinds 1986 49% van de aandelen in holding bv en verkrijgt na het overlijden van vader in 2017 de resterende 51%. Drie jaar na deze verkrijging splitst holding bv juridisch en schenkt moeder alle aandelen in de afgesplitste bv aan belanghebbende. Belanghebbende doet aangifte schenkbelasting en claimt de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) voor het volledige aandelenpakket. De inspecteur past de BOR slechts toe op 49% van de aandelen, omdat moeder de resterende 51% nog geen vijf jaar in bezit had voorafgaand aan de schenking. In geschil is of de inspecteur terecht de toepassing van de BOR heeft geweigerd voor de verkrijging van 51% van de aandelen in de bv. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de BOR alleen van toepassing is op het deel van het aandelenpakket dat de schenker gedurende vijf jaar voorafgaand aan de schenking onafgebroken in bezit heeft gehad. De tekst van art. 35c lid 1 onderdeel c, en art. 35d lid 1 onderdeel c Successiewet 1956 is volgens het hof duidelijk. Voor elk afzonderlijk deel van het aandelenpakket geldt een eigen bezitstermijn. De verkrijging van de 51% via vererving door moeder binnen vijf jaar voor de schenking doet daar niet aan af. Het hof wijst erop dat de wetgever bewust heeft gekozen voor deze systematiek om misbruik te voorkomen, zoals blijkt uit de wetsgeschiedenis. De uitvoeringsregeling en het BOR-besluit bieden geen ruimte om de bezitstermijn van vader toe te rekenen aan moeder in deze situatie. Ook een beroep op doel en strekking van de wet of de hardheidsclausule slaagt niet. De tekst van de wet is leidend en het hof is niet bevoegd de wet buiten toepassing te laten.

(Hoger beroep ongegrond.)