Vervreemdingswinst lucratief belang Nederduitser geen ROW, maar belast in Duitsland
Vervreemdingswinst lucratief belang Nederduitser geen ROW, maar belast in Duitsland
Gegevens
- Nummer
- 2026/313
- Publicatiedatum
- 25 februari 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Arbeid, loon en resultaat
- Relevante informatie
Belanghebbende woont sinds 1996 in Duitsland en is in 2018 houder van een certificaat van een gewoon aandeel (0,5%) in een Nederlandse bv. Dit belang kwalificeert als een lucratief belang in de zin van art. 7.2 lid 2 onder c en lid 3, jo. art. 3.92b Wet IB 2001. In 2018 ontvangt belanghebbende € 1.883.697 aan dividend waarop 15% Nederlandse dividendbelasting is ingehouden en realiseert hij bij vervreemding van het belang een vervreemdingswinst van € 5.183.962. Het certificaat is niet toerekenbaar aan een Nederlandse vaste inrichting. De inspecteur rekent het totale inkomen uit het lucratief belang (dividend en vervreemdingswinst) tot het resultaat uit overige werkzaamheden en belast dit gedeeltelijk in Nederland, uitgaande van toepassing van het onzelfstandige arbeidsartikel van het Nederlands-Duitse belastingverdrag. In geschil is welke toewijzingsbepaling(en) uit het Nederlands-Duitse belastingverdrag 2012 van toepassing zijn op het door belanghebbende genoten inkomen uit het lucratief belang. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het ontvangen dividend onder artikel 10 (dividendartikel) van het verdrag valt en de vervreemdingswinst onder artikel 13 lid 5 (vermogenswinstartikel). Het hof volgt de inspecteur niet in diens standpunt dat het arbeidsartikel (artikel 14 lid 1) van toepassing is. Het hof overweegt dat het dividend kwalificeert als inkomsten uit aandelen en de vervreemdingswinst als vermogenswinst, waarbij de nationale kwalificatie van het lucratief belang als resultaat uit overige werkzaamheden niet doorslaggevend is voor de verdragsinterpretatie. Het hof verwijst naar het OESO-commentaar, waarin wordt onderscheiden tussen voordelen uit aandelenopties (arbeidsartikel) en voordelen uit aandelen na uitoefening (vermogenswinstartikel), en oordeelt dat belanghebbende de voordelen uit hoofde van aandeelhouderschap heeft genoten. Ook het Besluit Lucratief belang in internationale situaties bevestigt dat bij een niet in Nederland wonende houder van een lucratief belang het dividendartikel respectievelijk het vermogenswinstartikel van toepassing is. Het hof acht toepassing van het arbeidsartikel in strijd met de goede verdragstrouw en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
(Hoger beroep ongegrond.)