Geen aftrek elders belast voor Luxemburgse dagen en ontslagvergoeding bij voormalig Nederlandse werkgever

Geen aftrek elders belast voor Luxemburgse dagen en ontslagvergoeding bij voormalig Nederlandse werkgever

Gegevens

Nummer
2026/318
Publicatiedatum
26 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:3710
Rubriek
Internationaal en Europees
Relevante informatie

Belanghebbende is in 2017 werkzaam bij een Nederlandse nv en beëindigt zijn dienstverband per 21 september 2017 via een sociaal plan, waarbij hij een ontslagvergoeding ontvangt. In de laatste maanden van zijn dienstverband werkt hij op tijdelijke basis bij een Luxemburgse 100%-dochter. Kort na het einde van het dienstverband bij de Nederlandse nv treedt hij in dienst bij de Luxemburgse dochter met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. In zijn aangifte IB/PVV 2017 claimt belanghebbende aftrek elders belast inkomen voor het salaris over de Luxemburgse periode, de ontslagvergoeding en het salaris bij de Luxemburgse dochter. De inspecteur kent alleen aftrek toe voor het bij de Luxemburgse dochter verdiende salaris vanaf 4 oktober 2017. Bovendien speelt een geschil over de tijdigheid en bekendmaking van de aanslag, mede vanwege een adreswijziging. In geschil is (i) of de aanslag tijdig en op juiste wijze is opgelegd, (ii) of belanghebbende recht heeft op een hogere aftrek elders belast inkomen dan het reeds toegekende bedrag, en (iii) of de belastingrente juist is berekend. Het hof oordeelt dat de aanslag tijdig en op juiste wijze is opgelegd. De adreswijziging en het opleggen van de aanslag hebben elkaar gekruist. De inspecteur heeft de aanslag verzonden naar het laatst bekende adres en heeft voldoende zorgvuldig gehandeld. Ook als belanghebbende de aanslag pas later digitaal heeft ontvangen, is de aanslag tijdig bekendgemaakt. Ten aanzien van het aftrek elders belast inkomen volgt het hof het oordeel van de rechtbank dat slechts het salaris bij de Luxemburgse dochter vanaf 4 oktober 2017 in aanmerking komt. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat het salaris over de Luxemburgse periode bij de Nederlandse nv geïndividualiseerd is doorbelast aan de Luxemburgse dochter, zodat geen recht bestaat op verdere aftrek. Ook voor de ontslagvergoeding geldt dat het dienstverband met de Nederlandse nv civielrechtelijk is geëindigd en geen sprake is van een voortgezet dienstverband of opvolgend werkgeverschap. Het hof volgt hierin het oordeel van de rechtbank. Voor de belastingrente geldt dat belanghebbende in verzuim is geraakt door het te laat indienen van de aangifte, zodat de rente correct is berekend.

(Hoger beroep ongegrond).