Box 3-klachten niet-ontvankelijk en fiscaal partnerschap EVRM-proof
Box 3-klachten niet-ontvankelijk en fiscaal partnerschap EVRM-proof
Gegevens
- Nummer
- 2026/319
- Publicatiedatum
- 26 februari 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Inkomstenbelasting diversen
- Relevante informatie
Belanghebbende woont samen met zijn partner en is voor het jaar 2018 als fiscaal partner aangemerkt, mede omdat zij samen op hetzelfde adres staan ingeschreven en elkaar voor de pensioenregeling als partner hebben aangemeld. De aanslag IB/PVV 2018 is opgelegd conform de aangifte, zonder dat daartegen tijdig bezwaar is gemaakt. In 2023 verzoekt belanghebbende om herziening van het box 3-inkomen op basis van het Kerstarrest, maar de inspecteur wijst dit verzoek af en splitst het bezwaar. Het deel dat onder de massaalbezwaarplusprocedure valt, wordt niet individueel behandeld en de overige grieven worden afgewezen. In geschil is of de rechtbank kan oordelen over de grieven van belanghebbende die samenhangen met het box 3-stelsel (waaronder het evenredigheidsbeginsel) en of het verplichte fiscaal partnerschap in strijd is met internationale verdragen of Europees recht. De rechtbank overweegt dat de meeste beroepsgronden van belanghebbende, waaronder de bezwaren tegen het box 3-stelsel en het ontbreken van rechtsherstel voor niet-bezwaarmakers, onder de reikwijdte van de massaalbezwaarplusprocedure vallen. De rechtbank mag daarover daarom niet oordelen. Alleen de grief over het verplichte fiscaal partnerschap wordt inhoudelijk behandeld. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende en zijn partner terecht als fiscaal partners zijn aangemerkt op grond van art. 1.2 lid 1 onder c en f Wet IB 2001. De rechtbank volgt belanghebbende niet in zijn stelling dat het verplichte fiscaal partnerschap in strijd is met art. 1 EP EVRM of de art. 8 en 14 EVRM. De wetgever heeft bewust gekozen voor een stelsel met individualisering en keuzevrijheid bij de toerekening van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen. De rechter kan daarbij niet treden in de politieke keuzes van de wetgever. De rechtbank acht het fiscaal partnerschap niet in strijd met internationale verdragen of Europees recht.
(Beroep ongegrond.)