Marginale overschrijding opbrengstlimiet rioolheffing zonder gevolgen voor verordening
Marginale overschrijding opbrengstlimiet rioolheffing zonder gevolgen voor verordening
Gegevens
- Nummer
- 2026/371
- Publicatiedatum
- 9 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Heffing lokale overheden
- Relevante informatie
Belanghebbende is eigenaar van meerdere woningen in de gemeente Eemsdelta en ontvangt voor het jaar 2015 een aanslag rioolheffing. De heffingsambtenaar heeft de aanslag gebaseerd op de begroting van 2015, waarin de geraamde lasten en baten voor het programma Milieu zijn opgenomen. In de begroting zijn de geraamde lasten en baten voor de rioolheffing opgenomen, waarbij de heffingsambtenaar verschillende specificaties en overzichten heeft overgelegd ter onderbouwing van de toerekening van kosten aan de rioolheffing. Belanghebbende stelt dat bepaalde kosten ten onrechte achteraf aan de rioolheffing zijn toegerekend, terwijl deze reeds elders in de begroting waren gedekt, en dat bij de raming van afschrijvingslasten op investeringen uit 2003-2012 ten onrechte met 21% btw is gerekend in plaats van 19%.
In geschil is of de verordening (geheel of gedeeltelijk) onverbindend is wegens overschrijding van de opbrengstlimiet. De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht heeft gegeven in de raming van de baten en lasten, en aannemelijk heeft gemaakt dat de betwiste posten reeds in de begroting aan de rioolheffing waren toegerekend, ook al waren deze onder het product ‘Milieu’ opgenomen. De stelling van belanghebbende dat kosten achteraf zijn toegerekend mist feitelijke grondslag. Ten aanzien van de afschrijvingslasten erkent de heffingsambtenaar dat bij investeringen uit 2003-2012 ten onrechte met 21% btw is gerekend, waardoor de opbrengstlimiet met € 3.681, oftewel 0,25% wordt overschreden.
De rechtbank toetst aan de jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:1999:AA2917 en ) en concludeert dat een marginale overschrijding van de opbrengstlimiet, zoals hier het geval is, niet tot (partiële) onverbindendheid van de verordening leidt. De overschrijding is verhoudingsgewijs verwaarloosbaar klein en blijft zonder gevolgen voor de aanslag.
(Beroep ongegrond.)