Ziekte gemachtigde gewichtige reden voor uitstel zitting in WOZ-zaak
Ziekte gemachtigde gewichtige reden voor uitstel zitting in WOZ-zaak
Gegevens
- Nummer
- 2026/374
- Publicatiedatum
- 9 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 2007 met drie bouwlagen en twee dakkapellen, gelegen op een perceel van circa 349 m2 met een gebruiksoppervlakte van 162 m2. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde per 1 januari 2021 voor het kalenderjaar 2022 vast op € 596.000. Belanghebbende maakt bezwaar tegen deze waarde en de aanslag, maar de heffingsambtenaar wijst het bezwaar af. In beroep bij de rechtbank verzoekt de gemachtigde van belanghebbende op de ochtend van de zitting om uitstel wegens ziekte, maar de rechtbank wijst dit verzoek af en verklaart het beroep ongegrond. In geschil is of de rechtbank het verzoek om uitstel van de zitting terecht heeft afgewezen, of de heffingsambtenaar de informatieverplichting heeft geschonden en of de WOZ-waarde van de woning te hoog is vastgesteld. Het hof oordeelt dat de rechtbank het uitstelverzoek ten onrechte heeft afgewezen. De ziekte van de gemachtigde op de dag van de zitting vormt een gewichtige reden voor uitstel, zeker gezien het aantal zaken en de korte tijdspanne waarin vervanging niet mogelijk was. De rechtbank heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het belang van een goede procesorde zwaarder zou wegen dan het belang van aanwezigheid van de gemachtigde. Het hof vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank op dit punt en doet de zaak zelf af. Ten aanzien van de informatieverplichting stelt het hof dat de heffingsambtenaar niet verplicht is gegevens te verstrekken die niet ten grondslag liggen aan de waardebepaling, zoals KOUDV-factoren en indexeringscijfers, aangezien deze niet zijn gebruikt bij de waardering. De heffingsambtenaar heeft voldoende inzicht gegeven in de waardebepaling en aan de toezendplicht van art. 40 lid 2 Wet WOZ voldaan. Wat betreft de waarde van de woning oordeelt het hof dat de heffingsambtenaar de waarde heeft bepaald op basis van systematische vergelijking met voldoende vergelijkbare objecten in dezelfde wijk. De gehanteerde prijs per m2 houdt rekening met de matige staat van de woning en de aanwezigheid van een sloot op het perceel. Belanghebbende heeft onvoldoende onderbouwd dat de woning in een slechtere staat verkeert dan de vergelijkingsobjecten. De door belanghebbende aangedragen objecten zijn niet vergelijkbaar vanwege hun aanzienlijk hogere transactieprijzen. Het hof acht de vastgestelde waarde van € 596.000 niet te hoog.
(Hoger beroep gegrond.)