Meewerken op zitting leidt tot lagere straf in accijnsfraudezaak met een aanzienlijk nadeel binnen de EU

Meewerken op zitting leidt tot lagere straf in accijnsfraudezaak met een aanzienlijk nadeel binnen de EU

Gegevens

Nummer
2026/377
Publicatiedatum
10 maart 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:697
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Verdachte is één van de twee middellijke directeuren van een vennootschap die een accijnsgoederenplaats beheert. Door die vennootschap wordt over meerdere jaren accijnsfraude gepleegd door het vervalsen van elektronisch administratieve documenten (e-AD), CMR-documenten, facturen en daarmee de bedrijfsadministratie. Door dat samenstel van valse documenten wordt gepoogd om accijnsgoederen op papier in een land met een laag accijnstarief te stallen en worden de goederen op de zwarte markt gebracht in een land met een hoog tarief.

Verdachte geeft op zitting open en eerlijk antwoord op de vragen van de rechtbank alsmede op vragen van de verdediging van de medeverdachte nadat verdachte is beëdigd als getuige. Naast de schending van de redelijke termijn leidt die opstelling tot een matiging van de opgelegde straf. De Rechtbank acht bewezen dat diverse administratieve bescheiden zijn vervalst en constateert dat een veelvoud van € 1.000.000 aan belastingen zal zijn ontdoken binnen de EU. Dat alles maakt dat verdachte 14 maanden gevangenisstraf, waarvan 7 voorwaardelijk, opgelegd krijgt.