Beroep betalingsonmacht inzake cassatiegriffierecht terecht afgewezen door griffier
Beroep betalingsonmacht inzake cassatiegriffierecht terecht afgewezen door griffier
Gegevens
- Nummer
- 2026/400
- Publicatiedatum
- 13 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van hof Arnhem-Leeuwarden van 12 maart 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1865 over uitgaven voor onderhoudsverplichtingen. Met betrekking tot het in cassatie verschuldigde griffierecht heeft belanghebbende een beroep op betalingsonmacht gedaan. De griffier van de Hoge Raad heeft dat beroep niet gehonoreerd. Belanghebbende heeft het griffierecht onder protest betaald. Volgens de Hoge Raad heeft de griffier terecht het beroep op betalingsonmacht afgewezen omdat niet aannemelijk is dat het maandelijkse netto-inkomen van belanghebbende in de relevante periode minder bedraagt dan 95% van de (maximale) bijstandsnorm voor een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd. De cassatieklachten worden door de Hoge Raad verworpen met toepassing van art. 81 lid 1 Wet RO.
(Cassatieberoep ongegrond.)