Lagere uitkering is geen negatief loon en hogere ziektekosten niet bewezen
Lagere uitkering is geen negatief loon en hogere ziektekosten niet bewezen
Gegevens
- Nummer
- 2026/404
- Publicatiedatum
- 16 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Arbeid, loon en resultaat
- Relevante informatie
Belanghebbende ontvangt in 2022 een WIA-uitkering en een buitenlands invaliditeitspensioen. In zijn aangifte IB/PVV voert hij een negatief loon op van € 2.078, dat volgens hem het gevolg is van verrekening met het UWV. Voorts claimt hij aftrek van diverse specifieke zorgkosten, waaronder dieetkosten, extra uitgaven voor kleding en beddengoed, en reiskosten ziekenbezoek. De inspecteur accepteert het negatieve loon en de opgevoerde zorgkosten niet en stelt het belastbaar inkomen vast op € 13.619. In bezwaar wordt alleen het forfaitaire bedrag voor kleding en beddengoed als aftrekbare zorgkosten geaccepteerd, waarna het inkomen wordt verlaagd tot € 13.467.
In geschil is of belanghebbende recht heeft op negatief loon en op een hogere aftrek van specifieke zorgkosten dan het forfaitaire bedrag voor kleding en beddengoed. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat sprake is van negatief loon. Voor negatief loon is vereist dat in 2022 daadwerkelijk een terugbetaling of verrekening van eerder genoten WIA-uitkering heeft plaatsgevonden. Belanghebbende overlegt geen bewijsstukken waaruit blijkt dat in 2022 een terugbetaling of verrekening heeft plaatsgevonden, noch dat het negatieve loon betrekking heeft op in dat jaar genoten en terugbetaalde uitkering. Dat de WIA-uitkering in 2022 lager is vastgesteld vanwege het buitenlandse invaliditeitspensioen, betekent niet dat sprake is van negatief loon.
Ten aanzien van de specifieke zorgkosten oordeelt het hof dat belanghebbende niet voldoet aan de bewijslast. De overgelegde stukken – brieven van de huisarts uit 2024 en medicatieoverzichten uit 2023 en 2024 – geven geen inzicht in de situatie in 2022, de aard en hoogte van de gemaakte kosten, of deze op voorschrift van een arts zijn gemaakt, en of ze daadwerkelijk op belanghebbende hebben gedrukt. Dat bewijsstukken zijn kwijtgeraakt, komt voor rekening van belanghebbende. De inspecteur heeft de aftrek van zorgkosten, behalve het forfaitaire bedrag voor kleding en beddengoed, terecht geweigerd.
(Hoger beroep ongegrond.)