Buitenlandse bankrekeningen op naam van Ltd’s vormen inkomen in box 2
Buitenlandse bankrekeningen op naam van Ltd’s vormen inkomen in box 2
Gegevens
- Nummer
- 2026/408
- Publicatiedatum
- 16 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Aanmerkelijk belang/Directeur-grootaandeelhouder
- Relevante informatie
Belanghebbende verricht IT- en marketingwerkzaamheden en houdt in de jaren 2010 tot en met 2014 buitenlandse bankrekeningen aan in Zwitserland en Luxemburg, deels op naam van limiteds waarvan hij enig aandeelhouder en bestuurder is. In 2014 sluit hij deze rekeningen en neemt het saldo van € 155.976 contant op. In 2015 meldt hij een deel van het buitenlandse vermogen bij de inspecteur, maar verstrekt geen volledige informatie over de herkomst en aanwending van het contant opgenomen bedrag. De inspecteur geeft een informatiebeschikking af. Het bezwaar hiertegen is ongegrond verklaard en er is geen beroep ingesteld. De inspecteur legt (navorderings)aanslagen IB/PVV 2010-2017 op, corrigeert het inkomen uit sparen en beleggen en legt vergrijpboeten op wegens opzettelijk onjuiste aangiften.
In geschil is of het inkomen uit sparen en beleggen bij de (navorderings)aanslagen IB/PVV 2010-2017 juist is vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende gerechtigd is tot de buitenlandse bankrekeningen en dat de daaraan toe te rekenen inkomsten terecht in de belastingheffing zijn betrokken. Voor zover de Luxemburgse rekeningen op naam van limiteds staan, zijn de inkomsten als reguliere voordelen uit aanmerkelijk belang aan te merken, zodat de inspecteur terecht een beroep doet op interne compensatie. De aanslagen zijn per saldo niet te hoog vastgesteld. Voor de jaren 2015-2017 acht de rechtbank het bewijsvermoeden gerechtvaardigd dat het in 2014 opgenomen contante bedrag nog tot het vermogen van belanghebbende behoort, omdat hij geen inzicht geeft in de besteding of herkomst van de gestorte bedragen. De aanslagen blijven daarom in stand. De rechtbank acht bewezen dat belanghebbende opzettelijk onjuiste aangiften heeft gedaan en verwerpt het beroep op vrijwillige inkeer, omdat hij pas na bekendwording van internationale gegevensuitwisseling melding maakt en niet volledig openheid van zaken geeft. De vergrijpboeten voor de jaren 2010-2014 worden verminderd, omdat het inkomen uit de limiteds in box 2 moet worden belast en niet in box 3.
(Beroepen over 2011 en 2012 ongegrond; overige beroepen gegrond.)