Hof legt bewijslast voor afwijking van taxatiewijzer terecht bij belanghebbende
Hof legt bewijslast voor afwijking van taxatiewijzer terecht bij belanghebbende
Gegevens
- Nummer
- 2026/432
- Publicatiedatum
- 20 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- WOZ
- Relevante informatie
De rechtbank heeft de WOZ-waarde van een schoolgebouw verminderd overeenkomstig het aanvankelijke standpunt van belanghebbende. Belanghebbende heeft daartegen hoger beroep ingesteld en bepleit een verdere vermindering. Ter onderbouwing heeft belanghebbende een taxatiekaart gecorrigeerde vervangingswaarde overgelegd waarin is afgeweken van de in een taxatiewijzer opgenomen kengetallen. Dit brengt volgens hof Den Haag (2 juli 2024, nr. 23/860) mee dat belanghebbende moet bewijzen dat grond bestaat voor afwijking van de taxatiewijzer. Belanghebbende is daarin niet geslaagd, aldus het hof. Volgens de Hoge Raad bestaat echter geen grond om in dit geval om die reden de bewijslast bij belanghebbende te leggen, aangezien belanghebbende de richtsnoeren van de taxatiewijzer met betrekking tot de restwaarde niet als uitgangspunt heeft aanvaard. Dit brengt evenwel niet mee dat het hof de bewijslast onjuist heeft verdeeld. Zoals volgt uit HR 2 mei 2025, , moet in dit geval de eerste stap uit het beslisschema van HR 14 oktober 2005, (Oostflakkee) worden overgeslagen. Dit betekent dat op belanghebbende – die voor het hof een lagere waarde heeft bepleit dan de waarde die de rechtbank in overeenstemming met het aanvankelijk door belanghebbende bepleite standpunt in beroep heeft vastgesteld – in hoger beroep de last rust om te bewijzen dat de waarde van de onroerende zaak op een lager bedrag moet worden vastgesteld. Belanghebbende moet dus met betrekking tot de restwaarde bewijzen dat de waarde van de onroerende zaak te hoog is vastgesteld.
(Volgt ongegrondverklaring.)