Geen ambtshalve vermindering IB/PVV en Zvw 2018 na veroordeling voor drugslab; boete passend en geboden

Geen ambtshalve vermindering IB/PVV en Zvw 2018 na veroordeling voor drugslab; boete passend en geboden

Belanghebbende is in 2018 betrokken bij de productie van synthetische drugs en wordt daarvoor strafrechtelijk veroordeeld. Naar aanleiding van het strafrechtelijk onderzoek stelt de inspecteur vast dat belanghebbende in 2018 aanzienlijke inkomsten heeft genoten uit deze activiteiten, maar hierover geen aangifte heeft gedaan. De inspecteur legt aanslagen IB/PVV en Zvw 2018 op, alsmede een vergrijpboete. Belanghebbende dient een verzoek om ambtshalve vermindering in, dat wordt afgewezen. In bezwaar en beroep blijft de afwijzing in stand, met uitzondering van een matiging van de boete door de rechtbank. In geschil is of de aanslagen IB/PVV en Zvw 2018 en de boetebeschikking terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd.

Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat eventuele schendingen van de AVG niet kunnen leiden tot vermindering van de aanslagen of toekenning van schadevergoeding in deze fiscale procedure. Ook acht het hof niet aannemelijk dat de inspecteur bij het vaststellen van de aanslagen heeft gehandeld in strijd met het zorgvuldigheids-, motiverings- of evenredigheidsbeginsel. De inspecteur heeft rechtmatig informatie uit het strafrechtelijk onderzoek verkregen en de aanslagen voldoende feitelijk onderbouwd. Het hof stelt vast dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan, nu hij ondanks substantiële inkomsten uit criminele activiteiten een nihilaangifte heeft ingediend. Hierdoor geldt omkering en verzwaring van de bewijslast, zodat belanghebbende overtuigend moet aantonen dat de aanslagen te hoog zijn vastgesteld. De inspecteur heeft het inkomen gebaseerd op de minimale opbrengst uit het strafdossier (€ 374.400), wat het hof redelijk acht, mede omdat belanghebbende geen inzicht heeft gegeven in de verdeling van de opbrengst met mededaders. Belanghebbende slaagt er niet in te bewijzen dat het inkomen lager moet zijn.

Ten aanzien van de boete oordeelt het hof dat het zwijgrecht niet geldt bij het doen van aangifte en dat geen sprake is van dubbele bestraffing, nu de boete ziet op het niet doen van aangifte en de straf op de drugsproductie zelf. De door de rechtbank gematigde boete acht het hof passend en geboden.

(Hoger beroep ongegrond.)