Ondernemingsverlies geweigerd omdat objectieve voordeelsverwachting ontbreekt bij structurele verliezen

Ondernemingsverlies geweigerd omdat objectieve voordeelsverwachting ontbreekt bij structurele verliezen

Gegevens

Nummer
2026/474
Publicatiedatum
30 maart 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:1336
Rubriek
Winst
Relevante informatie

Belanghebbende drijft sinds 2019 een eenmanszaak gericht op technisch en ingenieurs ontwerpadvies. In de aangifte IB/PVV 2020 geeft hij een verlies uit onderneming aan, zonder omzet, en voert aanzienlijke kosten op. De inspecteur vraagt herhaaldelijk om nadere informatie over de activiteiten, de kosten en de verwachting van toekomstige winst, maar ontvangt slechts beperkte stukken. Uiteindelijk corrigeert de inspecteur het verlies uit onderneming tot nihil en stelt de aanslag vast. Uit de aangiften over 2019–2023 blijkt dat belanghebbende structureel negatieve resultaten behaalt en slechts incidenteel geringe omzet realiseert. In geschil is of de activiteiten van de eenmanszaak in 2020 een bron van inkomen vormen, met name of sprake is van een objectieve voordeelsverwachting. De rechtbank stelt voorop dat voor het aannemen van een bron van inkomen vereist is dat met de activiteiten redelijkerwijs voordeel kan worden verwacht. De intentie van belanghebbende is daarbij niet doorslaggevend. Het gaat om objectief te verwachten voordeel, mede bezien in het licht van de resultaten in andere jaren. Belanghebbende voert aan dat hij samenwerkt aan een innovatief product, maar onderbouwt niet met objectieve stukken dat daadwerkelijk voordeel te verwachten is. De rechtbank acht, gezien de structurele verliezen en het ontbreken van onderbouwing, niet aannemelijk dat in 2020 sprake is van een objectieve voordeelsverwachting. De activiteiten vormen daarom geen bron van inkomen en het verlies uit onderneming is terecht gecorrigeerd tot nihil. De overige beroepsgronden, waaronder schending van het motiverings- en gelijkheidsbeginsel, slagen niet. Wel is het hoorrecht geschonden, maar de rechtbank ziet geen aanleiding de zaak terug te wijzen omdat partijen voortzetting van de procedure wensen.

(Beroep gegrond.)