Vrijstelling overdrachtsbelasting bij overdracht woningcomplex tussen woningcorporaties

Vrijstelling overdrachtsbelasting bij overdracht woningcomplex tussen woningcorporaties

Gegevens

Nummer
2026/476
Publicatiedatum
30 maart 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:1447
Rubriek
Belastingen van rechtsverkeer
Relevante informatie

Belanghebbende is een woningcorporatie die zich richt op sociale huisvesting in de regio West-Brabant en Hart van Brabant. Zij verkrijgt van een andere woningcorporatie, eveneens een ANBI en toegelaten instelling, een woningcomplex bestaande uit 70 woningen, 5 vitrines, 8 bergingen en toebehoren. De overdracht vindt plaats omdat de overdragende stichting haar reguliere sociale huisvesting wil afstoten en zich wil richten op senioren en mensen met een zorgvraag. Na de overdracht valt het complex onder de gemeentelijke prestatieafspraken van belanghebbende. Niet in geschil is dat de overdracht tussen ANBI’s plaatsvindt, dat voldoende passiva zijn overgedragen, dat commerciële factoren geen rol spelen en sprake is van een overdracht van alle activa die betrekking hebben op de overgedragen taak. In geschil is of sprake is van een overdracht van een zelfstandig onderdeel van een taak als bedoeld in art. 15 lid 1 onderdeel h WBRV en art. 5d lid 1 onderdeel b Uitvoeringsbesluit WBRV. In geschil is of de overdracht van het woningcomplex kwalificeert als een overdracht van een zelfstandig onderdeel van een taak, zodat de vrijstelling van overdrachtsbelasting van toepassing is. De rechtbank geeft aan dat de beoordeling of sprake is van een taakoverdracht moet plaatsvinden vanuit het perspectief van de overdrager. De rechtbank oordeelt dat de overdracht van het complex meer is dan de enkele overdracht van een onroerende zaak, omdat de overdragende stichting haar reguliere sociale huisvesting afstoot en de ondersteuning aan huurders wordt voortgezet. Daarbij acht de rechtbank van belang dat met het complex ook leefbaarheidsdossiers zijn overgedragen, wat duidt op de overdracht van een intensieve beheerrol en niet slechts exploitatie van vastgoed. De rechtbank concludeert dat sprake is van een overdracht van een zelfstandig onderdeel van een taak in de zin van art. 15 lid 1 onderdeel h WBRV juncto art. 5d lid 1 onderdeel b Uitvoeringsbesluit WBRV. Belanghebbende heeft daardoor recht op de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de overdracht van het complex.

(Beroep gegrond.)