Zwijgrecht beschermt aangifte niet en inkomsten uit productie synthetische drugs belast

Zwijgrecht beschermt aangifte niet en inkomsten uit productie synthetische drugs belast

Belanghebbende is in 2018 betrokken bij de productie van synthetische drugs, waarvoor hij strafrechtelijk is veroordeeld. Op basis van het strafrechtelijk onderzoek en rapporten van het NFI en LFO stelt de inspecteur het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de productie van amfetamineolie op minimaal € 374.400. Belanghebbende dient pas in maart 2020 een nihilaangifte IB/PVV 2018 in, ondanks uitnodiging, herinnering en aanmaning. De inkomsten uit de productie van synthetische drugs worden aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden en de inspecteur legt aanslagen en een vergrijpboete op. Bovendien wordt het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslagen afgewezen. De rechtbank vermindert de boete wegens termijnoverschrijding, maar verklaart het beroep voor het overige ongegrond. In geschil is of de aanslagen IB/PVV en de boetebeschikking terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Het hof oordeelt dat klachten over schending van de AVG buiten beschouwing blijven, omdat een eventuele schending niet tot verlaging van de aanslagen kan leiden en schadevergoeding niet binnen de fiscale procedure kan worden toegekend. Ook acht het hof geen schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur aanwezig. De inspecteur heeft rechtmatig informatie uit het strafrechtelijk onderzoek gebruikt, de aanslagen zijn voldoende gemotiveerd en berusten op feiten en er is geen ruimte voor belangenafweging bij een gebonden beschikking. Het hof stelt dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan, omdat hij inkomsten uit drugsproductie niet heeft aangegeven en een nihilaangifte heeft ingediend, terwijl hij wist dat deze inkomsten belastbaar waren. Hierdoor geldt omkering en verzwaring van de bewijslast. Belanghebbende moet overtuigend aantonen dat de aanslagen te hoog zijn, maar slaagt daarin niet. De inspecteur mag het volledige wederrechtelijk verkregen voordeel aan belanghebbende toerekenen, omdat geen inzicht is gegeven in de verdeling van de opbrengsten. De schatting van het inkomen is redelijk onderbouwd met het strafdossier en rapporten. Ten aanzien van de boete oordeelt het hof dat het zwijgrecht niet geldt bij het doen van aangifte en dat geen sprake is van dubbele bestraffing. De bestuurlijke boete is namelijk opgelegd wegens het opzettelijk niet, onjuist of onvolledig doen van aangifte en de strafvervolging is ingesteld wegens de productie van synthetische drugs. De door de rechtbank gematigde boete acht het hof passend en geboden.

(Hoger beroep ongegrond.)