Afwijzing verzoek om anoniem procederen door inspecteur wegens onvoldoende onderbouwing dreiging
Afwijzing verzoek om anoniem procederen door inspecteur wegens onvoldoende onderbouwing dreiging
Gegevens
- Nummer
- 2026/484
- Publicatiedatum
- 31 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
Onderhavige uitspraak betreft een beslissing van de geheimhoudingskamer. De inspecteur verzoekt om anoniem te mogen procederen en het mandaatbesluit uitsluitend aan de rechtbank te tonen. Volgens de inspecteur is sprake van een dreiging die de veiligheid van medewerkers van de Belastingdienst zou kunnen raken, omdat de belastingplichtige het zogeheten soeverein gedachtegoed volgt.
De rechtbank overweegt dat het verzoek niet ziet op stukken met betrekking tot het materiële geschil, maar op de identiteit van de procesvertegenwoordiger van de Belastingdienst en diens mandaat. De inspecteur heeft het mandaatbesluit niet overgelegd, maar aangeboden dit voorafgaand aan de mondelinge behandeling te tonen. De rechtbank stelt dat deze handelswijze niet voldoet aan het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken. De rechtbank beoordeelt het verzoek zonder kennisname van het mandaatbesluit en constateert dat de inspecteur de gestelde dreiging niet heeft geconcretiseerd en dat uit de stukken geen dreiging blijkt. De enkele stelling dat sprake is van een dreiging is onvoldoende om het belang van belanghebbende bij volledige kennisneming van de identiteit en het mandaat van de procesvertegenwoordiger te laten wijken. Ook uit openbare bronnen blijkt niet dat in deze zaak sprake is van een daadwerkelijke dreiging. Uit een publicatie van de AIVD blijkt dat drie categorieën soevereinen bestaan, waarbij van één categorie daadwerkelijk dreiging uitgaat. Het is niet duidelijk tot welke categorie deze soeverein behoort. De rechtbank wijst het verzoek daarom af.
(Verzoek geheimhouding afgewezen.)