Gewekt vertrouwen voordrachtenvrijstelling beëindigd door expliciete opzegbrief
Gewekt vertrouwen voordrachtenvrijstelling beëindigd door expliciete opzegbrief
Gegevens
- Nummer
- 2026/485
- Publicatiedatum
- 31 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Omzetbelasting
- Relevante informatie
Belanghebbende, een vereniging die onder de naam Hoger Onderwijs voor Ouderen cursussen aanbiedt, is aangesloten bij een landelijke koepel en werkt samen met diverse instellingen voor hoger onderwijs. Tot 2016 past belanghebbende op deze cursussen de voordrachtenvrijstelling van art. 11 lid 1 letter p Wet OB 1968 toe, op basis van een toezegging van de inspecteur uit 2011. In 2015 en 2016 communiceert de inspecteur echter aan de koepel en aan belanghebbende dat deze vrijstelling per 1 september 2016 niet langer geldt en dat de cursussen voortaan belast zijn met btw. Belanghebbende voldoet vervolgens omzetbelasting over het tijdvak september 2016 en maakt bezwaar tegen deze voldoening. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en oordeelt dat de cursussen zijn vrijgesteld van btw. In geschil is of de inspecteur het in 2011 jegens belanghebbende gewekte vertrouwen over toepassing van de voordrachtenvrijstelling voor het tijdvak september 2016 rechtsgeldig heeft beëindigd. Het hof oordeelt dat de inspecteur het gewekte vertrouwen rechtsgeldig heeft beëindigd door de brief van 11 augustus 2016, waarin expliciet wordt meegedeeld dat het eerdere standpunt per 1 september 2016 wordt ingetrokken. De inspecteur verwijst daarbij naar eerdere brieven aan de koepel waarin de intrekking van het oude standpunt is aangekondigd en bevestigt dat deze brieven aan belanghebbende zijn verstrekt. Het hof verwerpt het standpunt van belanghebbende dat de inspecteur nader had moeten motiveren welke gewijzigde inzichten tot de opzegging hebben geleid. Daarvoor bestaat geen rechtsgrond.
(Hoger beroep gegrond.)