Kostencomponent naheffing parkeerbelasting rechtmatig en verlaging Stop & Shop‑tarief vernietigd

Kostencomponent naheffing parkeerbelasting rechtmatig en verlaging Stop & Shop‑tarief vernietigd

Gegevens

Nummer
2026/491
Publicatiedatum
31 maart 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:319
Rubriek
Heffing lokale overheden
Relevante informatie

Aan belanghebbende zijn diverse naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd voor het parkeren met verschillende auto’s. De aanslagen bestaan uit parkeerbelasting en een vast bedrag aan kosten. De rechtbank verlaagt in enkele zaken de naheffingsaanslag omdat volgens haar bij toepassing van het Stop & Shop-tarief ten onrechte geen rekening is gehouden met het gereduceerde tarief voor het eerste half uur. Voor het overige oordeelt de rechtbank dat de kostenraming voldoet aan de Gemeentewet en het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Belanghebbende komt in hoger beroep op tegen de kostencomponent van de naheffingsaanslagen. De heffingsambtenaar stelt incidenteel hoger beroep in tegen de toegepaste verlaging van de heffingsgrondslag met een beroep op het Stop & Shop-tarief. In geschil is of de kosten van de naheffingsaanslagen voldoen aan de Gemw in samenhang met het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen en of bij het opleggen van enkele naheffingsaanslagen terecht geen rekening is gehouden met het Stop & Shop-tarief. Het hof onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de kostenraming voldoet aan de wettelijke eisen. Het hof stelt voorop dat art. 2 Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen toelaat dat niet alleen rechtstreeks toerekenbare, maar ook indirecte kosten worden meegenomen, zolang deze meer dan zijdelings samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting. Gelet op de gedetailleerde kostenraming acht het hof aannemelijk dat de aangevochten posten voldoende samenhang vertonen met de inning. Het hof sluit aan bij de uitleg van de rechtbank, die de terminologie ‘samenhangen met’ laat sporen met onder andere de jurisprudentie over de opbrengstlimiet van art. 229b Gemw. Met betrekking tot het parkeren op een parkeerplaats voor het opladen van elektrische voertuigen oordeelt het hof dat de borden voldoende duidelijk maken dat daar alleen mag worden geparkeerd tijdens het opladen. In het incidenteel hoger beroep oordeelt het hof anders dan de rechtbank over het Stop & Shop-tarief. Op grond van art. 234 lid 3 Gemw mag bij naheffing worden uitgegaan van een parkeerduur van één uur en van het bijbehorende tarief. Dat in de betreffende zone een gereduceerd tarief voor het eerste half uur geldt, noopt niet tot het door de rechtbank toegepaste lagere bedrag. De rechtbank verlaagt de aanslagen daarom ten onrechte en het hof acht de door de heffingsambtenaar nageheven bedragen juist.

(Hoger beroep ongegrond en incidenteel hoger beroep gegrond.)