Toepassing tariefmaatregel bij aftrek onderhoudsverplichtingen: geen schending discriminatieverbod of eigendomsrecht

Toepassing tariefmaatregel bij aftrek onderhoudsverplichtingen: geen schending discriminatieverbod of eigendomsrecht

Gegevens

Nummer
2026/505
Publicatiedatum
2 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:1910
Rubriek
Inkomstenbelasting diversen
Relevante informatie

Belanghebbende heeft in 2021 en 2022 aanzienlijke bedragen aan onderhoudsverplichtingen voor zijn ex-partner als persoonsgebonden aftrek opgevoerd in zijn aangiften IB. De inspecteur heeft de definitieve aanslagen IB/PVV voor beide jaren opgelegd conform de aangiften en daarbij conform de wettelijke bepaling (art. 2.10 lid 2 Wet IB 2001) de tariefmaatregel toegepast, waardoor het tarief in de hoogste schijf werd verhoogd voor zover de persoonsgebonden aftrek het box 1-inkomen in die schijf heeft verminderd. Belanghebbende stelt dat de tariefmaatregel onrechtvaardig is, strijdig met het belastingrecht, diverse rechtsbeginselen, het internationale discriminatieverbod en het recht op eigendom. Ook stelt hij dat de tariefmaatregel niet tijdens een lopende alimentatieovereenkomst had mogen worden aangepast.

De rechtbank overweegt dat de tariefmaatregel rechtstreeks uit de wet voortvloeit en dat toetsing aan algemene rechtsbeginselen of ongeschreven recht alleen mogelijk is bij niet-verdisconteerde bijzondere omstandigheden die strikte toepassing onredelijk bezwarend maken. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever bewust heeft gekozen voor de tariefmaatregel, waarbij is onderkend dat aftrek en heffing niet altijd tegen hetzelfde tarief plaatsvinden en dat fiscale wijzigingen aanleiding kunnen zijn tot herziening van alimentatieovereenkomsten. De rechtbank ziet geen niet-verdisconteerde bijzondere omstandigheden en acht de wet niet onredelijk bezwarend voor belanghebbende. Ten aanzien van het discriminatieverbod en het recht op eigendom oordeelt de rechtbank dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen of gevallen gelijk zijn en of er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat deze gevallen toch verschillend te behandelen. De rechtbank beslist dat de gemaakte keuzes niet van redelijke grond zijn ontbloot. De tariefmaatregel is ingevoerd als budgettaire maatregel. Voorts heeft belanghebbende desgevraagd dat geen sprake is van een individuele buitensporige last. Daarnaast is de alimentatieovereenkomst gesloten nadat de tariefmaatregel al was ingevoerd, zodat de tariefmaatregel op dat moment reeds bekend was.

(Beroep ongegrond.)