Inschrijfgelden voor collectieve actie tegen loterij is belaste vergoeding voor dienst onder bezwarende titel
Inschrijfgelden voor collectieve actie tegen loterij is belaste vergoeding voor dienst onder bezwarende titel
Gegevens
- Nummer
- 2026/506
- Publicatiedatum
- 2 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Omzetbelasting
- Relevante informatie
Belanghebbende is een fiscale eenheid bestaande uit onder meer c bv en b bv, die in het eerste kwartaal van 2015 inschrijfgelden heeft ontvangen van personen die zich via een website hebben aangemeld voor juridische bijstand in een collectieve actie tegen een loterij wegens misleidende mededelingen. De aanmelders betaalden inschrijfgeld afhankelijk van het aantal loten waarmee zij hadden deelgenomen aan de loterij, en gingen een overeenkomst aan waarbij c bv zich verbond om namens hen een schadevergoeding te bewerkstelligen. De statutaire zetel van c bv bleef in Nederland, hoewel het vestigingsadres werd gewijzigd naar Guernsey.
In geschil is of belanghebbende over de door c bv van aanmelders ontvangen inschrijfgelden omzetbelasting verschuldigd is. Het hof oordeelt, in navolging van de rechtbank, dat belanghebbende diensten onder bezwarende titel heeft verricht aan de aanmelders. Er bestaat een rechtsbetrekking waarbij c bv zich tegenover betaling van inschrijfgeld en een succesvergoeding verbindt om inspanningen te leveren voor het verkrijgen van schadevergoeding. De overeenkomst en algemene voorwaarden maken duidelijk dat de aanmelders een individuele opdracht verstrekken en een concrete inspanning mogen verwachten. Dat de inspanning collectief plaatsvindt en ook anderen kunnen profiteren, doet niet af aan het individuele karakter van de dienst. De hoogte van het inschrijfgeld is niet symbolisch en vormt een reële tegenwaarde, mede gezien de mogelijkheid van een succesvergoeding. Dat de inspanningen niet tot het gewenste resultaat hebben geleid, is niet relevant voor de kwalificatie als dienst onder bezwarende titel.
Ten aanzien van de plaats van dienst oordeelt het hof dat belanghebbende onvoldoende heeft onderbouwd dat de zetel van de bedrijfsuitoefening van c bv per 30 maart 2015 naar Guernsey is verplaatst. De statutaire zetel bleef in Nederland en de feitelijke leiding vond daar plaats, zodat de diensten aan niet-ondernemers op grond van art. 6 lid 2 Wet OB 1968 in Nederland zijn verricht.
(Hoger beroep ongegrond.)