Niet tijdig beslissen op WOZ-bezwaar leidt tot dwangsom

Niet tijdig beslissen op WOZ-bezwaar leidt tot dwangsom

Gegevens

Nummer
2026/514
Publicatiedatum
3 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:1850
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Belanghebbende maakt bezwaar tegen de WOZ-beschikking. De heffingsambtenaar stelt dat uitspraak op bezwaar is gedaan, maar ondanks herhaalde verzoeken ontvangt belanghebbende geen uitspraak voor het betreffende object. Belanghebbende stelt de heffingsambtenaar in gebreke en dient vervolgens beroep in wegens het uitblijven van een beslissing. De heffingsambtenaar voert geen verweer en dient geen stukken in, waardoor de rechtbank uitgaat van de juistheid van de stellingen van belanghebbende. In geschil is of het beroep ontvankelijk en gegrond is wegens het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar door de heffingsambtenaar. De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar moet aantonen dat tijdig uitspraak op bezwaar is gedaan. Omdat hij dit niet doet en de beslistermijn is verstreken, acht de rechtbank het beroep ontvankelijk en gegrond. De rechtbank bepaalt dat de heffingsambtenaar binnen twee weken alsnog op het bezwaar moet beslissen. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50 per dag bij verdere termijnoverschrijding, met een maximum van € 7.500. De rechtbank stelt de reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op € 1.442, omdat de heffingsambtenaar niet tijdig heeft beslist.

(Beroep gegrond.)